woensdag 1 maart 2023

Iers-Amerikaans

Nog steeds in het klooster. Na twee wandelingen in de ochtend - één Ommetje langs de spoorlijn en één wandeling over de Koningsakker met Nichtje & zoon - blijf ik maar binnen. Op mijn ‘cel’ lees ik in de verhalenbundel De Rozentuin van een Iers-Amerikaanse schrijfster Maeve Brennan. Ik vond het in Utrecht in de bibliotheek. Brennan leefde van 1917-1993, ze geboren in Dublin als dochter van Ierse vrijheidsstrijders en ze verhuisden in de jaren dertig naar de USA. 

Ik had nooit van haar gehoord, maar er is van alles van haar vertaald de afgelopen jaren. Ze doet me een beetje denken aan meer van die pittige columnistes / schrijfsters, ik kan nu even niet op de naam komen, alleen Dorothy Parker en Rose Macaulay, hoewel die Amerikaans en Brits waren en een generatie ouder is. In Nederland hadden we zulke geestige schrijfsters ook in de jaren dertig, veertig, vijftig. Mary Dorna, Harriet Freezer, er zullen me nog wel meer te binnen vallen.

De eerste verhalen van Brennan in de bundel spelen in een wijk/dorp/voorstad een eindje buiten New York, waar veel culturele snobs wonen. Ze vertelt de verhalen vanuit het perspectief van de oplettende dienstmeisjes. Dan volgt een serie verhalen die in Ierland spelen, mensen die het niet zo voor de wind gaat, die zijn met meer compassie geschreven. Ik lees alles zeer geboeid. Een hele verrassing. 

Het gebouw

Als je denkt aan een tekening van een klooster dan verwacht je iets ouds, iets nostalgisch. Maar dit is nieuw en ontworpen en gebouwd door een architect met grote ambities. Er stond hier een boerderij, de Johannahoeve, en op de verzameling panden die hier stond is dit geïnspireerd. Er staan op het terrein nog twee oorspronkelijke oude panden, mooi, maar als ik die alleen zou tekenen zou dat een onwaar beeld scheppen. 

Bobby en ik zijn het eens, het is hier goed toeven en fijn, maar het gebouw vinden we allebei niet mooi. Als ze nou oude stenen gebruikt zouden hebben… maar het zijn van die rechte knaloranje bakstenen, net als ons huis. Het is nog steeds een ‘slot’, zoals hun oude klooster in Berkel Enschot ook ècht een slot was.

Nichtje, die hier in de buurt woont, komt langs om erin eindje te wandelen. Zij doet in deze omgeving wel mountainbiken, vertelt ze, en heeft het klooster altijd een geheimzinnig, gesloten gebouw gevonden. 



dinsdag 28 februari 2023

Het bos

Ik ben nu 25 uur in het klooster en inmiddels helemaal ingedaald. Het is wat ik me ervan voorstel: lezen, muziek luisteren, wandelen, naar de zusters kijken en luisteren, aandachtig om mij heen kijken. De nonnen zingen prachtig, heel hoog, ijl, zuiver, gelijk, jong. als één stem. En zonder dirigente.

Hoe anders is de wereld als je niet converseert. Er zijn zes andere gasten. We eten samen, zwijgend, en wassen samen af, zwijgend. Het zwijgen is even wennen, maar niet erg. Het is veel glimlachen en galant zijn.

Er is een abdij(boek)winkeltje, dat twee uur per dag open is en dan goed bezocht wordt. Ik heb twee boekjes gekocht: een over de geschiedenis van de orde en het klooster, en een met interviews met een aantal zusters. Hoe ben je hier zo terecht gekomen. Misschien koop ik later nog een boek met herinneringen van Thich Nhat Hanh, maar men moet niet overdrijven, ik had al vijf boeken mee.

Twee wandelingen heb ik al gemaakt. Dat is goed voor de Ommetjes-app. Er zijn hier veel naaldbomen. Ze doen me denken aan mijn eerste vakantie naar Zweden - met Will. We logeerden in huisjesparken in eeuwige naaldbomenbossen. Ik vond het er niet echt fijn, ben daarna altijd naar de kust gegaan, maar die hoge naaldbomen (‘Hoog Sammy kijk omhoog Sammy!’) vond ik prachtig. In het avondlicht werden die stammen roze-lila. Daar heb ik toen nog een pastel-tekening van gemaakt.

Omgeving


Het rare hier: het klooster heeft geen (wandel)kaart van de omgeving. Wat ik meestal doe in een nieuwe omgeving: onderzoeken waar ben ik en wat kan ik hier? Hoe steekt alles in elkaar? De abdij heeft een heel bijzondere architectuur, waardoor je in eerste instantie binnen ook niet goed snapt waar je bent, maar buiten is iets vergelijkbaars aan de hand. De gasten zuster lacht dat er niet zoveel tijd tussen de gebedsdiensten is, dus als je rondjes van een uur wandelt dan verdwaal je niet. 

Er zijn hier zéven gebedsdiensten per dag. De eerste is om half vijf, de tweede om kwart over zeven, de derde om half tien, de vierde om twaalf uur. De eerste en de derde sla ik over. De diensten duren bijna drie kwartier. De zusters zingen prachtig ijl, maar ik wil me niet gevangen voelen in hun schema. Want er zijn dan ook nog de maaltijden. 

Dus het ontdekken doe ik dwalend. Mijn eerste Ommetje, direct na het ontbijt. De omgeving is hier bepaald woest en leeg. De benedictijnen willen in woeste lege gebieden wonen. Een deel van de omgeving hier hebben ze trouwens woest en leeg gemáákt. De natuurbegraafplaats is een heideveld dat tot voor kort helemaal geen heideveld was. Het is hier geen vruchtbare grond.

Verderop ligt een golfbaan en sportcomplex Papendal. Over het complex loopt een Klompenpad. En er is een bos. Vooralsnog zigzag ik wat om de abdij heen en over de natuurbegraaafplaats. Het is prachtig, en prachtig weer.

maandag 27 februari 2023

Koningsoord

Gearriveerd in het Abdij Koningsoord in Oosterbeek. De orde woonde tot niet heel lang geleden in Berkel Enschot bij Tilburg, maar daar werd vlakbij of zelf op hun terrein een nieuwbouwwijk gepland en dat was dat. Met veel hangen en wurgen werd uiteindelijk dit landgoed gevonden en hebben ze er uiteindelijk een fonkelnieuw klooster neergezet. Dertien actieve zusters wonen hier en nog wat oudere minder mobiele. Een deel van het landgoed is nu natuurbegraafplaats. Dan zijn ze er zeker van dat hier geen nieuwbouw wordt gepleegd. 

In de gastenvleugel hebben we elk een nette eenpersoonskamer met eigen douche en toilet. Er is een huiskamer annex bibliotheek en twee eetzalen. We mochten er pas om 15u in, dus het acclimatiseren moet nog beginnen. We hadden in eerste instantie graag naar de Clarissen in Meghen gewild, daar is alles oud, maar die waren al maanden volgeboekt. Ik weet nog niet wat ik ga doen, ik heb mijn tekenspullen en wel zes boeken mee. 

Het leuke van dit blog is dat je zoveel terug kunt vinden. In 2010 had ik mijn eerste kloosterexperience en wel in Abdij Koningshoeven, het mánnenklooster (met bierbrouwerij) van Berkel Enschot.

- De zusters bijna bankroet:
- De natuurbegraafplaats:
- Het oude klooster is nu een appartementencomplex in een nieuwbouwwijk.

Open Dutch Fiber


Komt er een jongmens aan de deur om een foto te maken van de meterkast. Hij is van Open Dutch Fiber staat op zijn helgele vestje. Ze komen glasvezel aanleggen. Over een jaar ofzo. We hebben nu alles via KPN omdat ik bij xs4all zat, maar dat kan allemaal, zegt hij. Raar is dat, ik geef hem zomaar mijn e-mail, mijn telefoonnummer en een handtekening op zijn telefoon zonder dat ik weet precies waarvoor. Ik pruttel wel een beetje maar doe toch alles wat hij vraagt. 

Bij de buren

Ik had nog een boekenbon en heb bij boekhandel Steven Sterk twee boeken gekocht. Waaronder dit Bij de buren van Kristine Bilkau. Deze roman gaat over een vrouw van tegen de veertig die - met man - die vanuit Hamburg verhuisd is naar een provinciestadje boven Hamburg, aan het kanaal tussen de Noordzee en de Oostzee, Sleeswijk Holstein. De huizen zijn daar betaalbaar en het is er niet al te welvarend. Ze wonen aan het kanaal vlak bij een veerpont. Alleen al om die omgeving wilde ik het lezen. Als we naar Zweden rijden rijden we erdoor. We zijn een keer naar Travemünde geweest, naar Kiel. Ik ben een keer naar het Emil Nolde Museum geweest daar tegen de Duitse grens aan, langs de Duitse Wadden, het stadje Husum. Eerder las ik Onder buren van Juli Zeh die van Berlijn naar een Oost-Duits dorp verhuisde. Het contrast tussen de verkommerende plattelandsstadjes en de grote steden waar de prijzen van het wonen de pan uitrijzen. Hier zijn nauwelijks winkels meer, laat staan gezelligheid.

Deze vrouw heeft een soort keramiekwinkel annex pottenbakkerij in zo’n voormalig winkelpand. Verder hunkert ze vooral naar zwanger worden en een gezinnetje stichten, maar dat wil maar niet lukken. En ze heeft schaats contact met mensen in het stadje. Het huis van de buren is verlaten, maar die hebben nooit afstand genomen.

De andere hoofdpersoon is een vrouwelijke huisarts van begin zestig. Zij wil wel stoppen met werken, en is bezig te bedenken hoe. Zij maakt in haar praktijk rare dingen mee. Het is allemaal een beetje unheimisch, een dorp zonder duidelijke samenhang. Bewoners die op zichzelf leven en geen contact zoeken. Ieder voor zich. Gaat het ook speciaal over eenzaamheid onder vrouwen in dergelijke gebieden? Veel van wat er beschreven wordt is in en om het huis. Ik ben nu halverwege, het is een beetje unheimisch, suspense. Het spreekt me zeer aan. Het debuut van deze schrijfster De gelukkigen (2016) heb ik een paar jaar geleden ook gelezen, maar dat boeide me niet zo. 

In recente interviews met Bilkau lees ik dat ze zelf nog steeds in Hamburg woont en dat een fijne creatieve stad vindt, maar dat ze opgegroeid is in zo’n stadje in Sleeswijk Holstein.