zaterdag 4 december 2021

Gundermann

We kijken op Netflix naar een film over het leven van de DDR-zanger Gundi Gundermann. Bijzondere film, duurt ruim twee uur. Het eigene van de DDR-cultuur, wat veel Ossi’s na de Wende toch misten. Deze liedjeszanger was ook mijnwerker, deed het zingen en arbeiden altijd naast elkaar. Na de Wende kwam uit dat hij - zoals zovelen, ook schrijvers - een informant voor de Stasi was geweest. Het is een waargebeurd verhaal, ik had nog nooit van hem gehoord.





Sociale werkplaats

Ik heb mij te KiKo geheel vrijwillig aangemeld voor het maken van de kerstpakketten. De 50 medewerkers krijgen allemaal een rugzakje met het bedrijfslogo met daarin een jas met een bedrijfslogo, pepernoten, een chocoladeletter, een stukje kaas, en een waardebon voor de supermarkt  Famila. Mijn taakje is de kaarten te vouwen en er een gelukwens in te plakken. En een sticker met Frohe Weihnachten op de enveloppe. De jassen zijn al wel gearriveerd maar de rugzakken nog niet. 

Hildegard Knef en Nina Hagen

Het afscheid van bondskanselier Angela Merkel was onderweg op de radio en ook in Kiko een onderwerp: zowel de militaire parade als de militaire kapel. Het woord tapfenstreich ofwel ‘taptoe’. (Dat is letterlijk voor ‘tap toe’. Er wordt geen bier meer geschonken). 

De kapel had op verzoek van die Angela dus behalve ‘Grote God wij loven u’ ook ‘Du hast den Farbfilm vergassen’ van punkzangeres Nina Hagen gespeeld, dat was de hit waarmee zij in 1974 de DDR binnenkwam. Nina Hagen was de dochter van de DDR-actrice Eva Maria Hagen, die tijd een relatie had met de dissidente dichter en liedjeszanger Wolf Biermann. 

De youngsters hier kennen geen Hildegard Knef en Nina Hagen. Dat die Merkel, net iets ouder dan wij, daar ook door geïnspireerd was hadden we niet verwacht. Maar ja, waarom niet?

Wij passen close reading toe op Knefs lied ‘Für mich solls rote Rosen regnen’ maar komen er niet helemaal uit. Wel romantisch. Wij oude Geschwister vertellen hoe wij toen wij twintig waren dansten op en meekrijsten met Unbeschreiblich weiblich van Nina Hagen. Dat was 1978. Over de zin ‘Ich schaff mit keine kleine Kinder an’ vertelt Zus4: ‘Lucie heeft zich daar aan gehouden, ik niet.’


Hildegard Knef:

De uitvoering van de Tapfenstreich:


Nina Hagens ontwikkeling:
 

De uitvoering van de Tapfenstreich:

vrijdag 3 december 2021

Naar MeckPom

Zus4 stuurt een foto van sneeuw daar in Mecklenburg Vorpommern. Weet ik wel zeker dat ik kom? Maar op de Duitse weerkaarten is nergens sprake van sneeuw. In Rostock en Berlijn ligt ook geen sneeuw, rapporteren haar zonen. Blijkbaar is er een zeer lokale sneeuwbui gevallen. Dus ga ik rijden, op hoop van zegen. Alleen in Nederland bij Stroe een lange file wegens een ongeluk met een kraanwagen die de A1 in beide richtingen blokkeert. Geen file bij Bremen en ook geen bij Hamburg. Ongelofelijk voorspoedig gaat het.   

Op de radio word ik bijgepraat over de Corona-maatregelen hier te lande. Alle grote kerstmarkten zijn per heden verboden. 

De sneeuw is inderdaad heel lokaal: die begint bij de nabijgelegen dorpen Mestlin en Goldberg.

Het is hier net als bij ons. Corona is allesbepalend in de conversaties, alleen net wat anders dan bij ons Op het bedrijf moeten alle niet gevaccineerde medewerkers elke dag getest worden, en de werkgever moet dat controleren en rapporteren. Zes medewerkers zijn vandaag gevaccineerd, geimpft. Bijna gedwongen. 

donderdag 2 december 2021

Wachtkamer

In de wachtkamer van het Pijncentrum van het OLVG locatie Oost. Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. Reenske heeft een pijn en die gaan ze hier op afdeling P4 hopelijk verhelpen. De behandeling is poliklinisch, maar ze mag niet alleen naar huis, ik zal niet van haar zijde wijken en haar dragen als ze instort. Eerst zou ik met de auto, maar vanwege het oeverloze parkeergeld in Amsterdam ga ik toch liever met het OV. Het is een uur van deur tot deur. Vanaf station Amstel met bus 37. 

Die bus rijdt ook langs de Zeeburgerdijk, waar ik mijn laatste vijf jaar Amsterdam vijf jaar woonde. Elke keer als Bobby uit Utrecht naar Amsterdam kwam moest hij met die bus. Hij háátte die bus, want die reed altijd net weg als hij aankwam om ca 22u. Het laatste jaar haalde ik hem meestal met de bolide, want ik vond het geen fijn idee dat hij zo chagrijnig werd van de reis naar mij. Dan was hij heel blij en dankbaar dat ik er weer stond met die pauwblauwe Celica. 

Hoewel de trein Utrecht-Amsterdam te Utrecht enige vertraging had arriveer ik toch op schema om 09.04u bij het ziekenhuis. Reenske is geheel niet zenuwachtig. Niemand controleert ons op Corona. Wel staat er op een bordje dat de begeleider weg moet, maar de wachtkamer is helemaal leeg en dan mag ik toch hier wachten.

Hier in dit OLVG was ik eens voor een lumbaalpunctie bij een neurologie-professor Portegies die mij niet had verteld wat het effect na afloop was van die punctie. Vijf dagen moest ik horizontaal. Als ik rechtop ging zitten staan had ik zo onverdragelijke schele hoofdpijn dat ik me meteen weer liet vallen. Naar de wc ging ik kruipend. Ik had geen verzorging geregeld. Uiteindelijk kwamen Leen, Ekfa en de toen nog kleine Riemer voor mij koken. Heel lief. Riemer lachte zich dood om mij in mijn ruitjespyjama op handen en voeten. Ik heb die professor toen nog ernstig gekapitteld, voor wat dat waard mocht wezen. Na vijf dagen wachten bleek het onderzoek mislukt. Het was allemaal voor niets geweest. Ik wilde niet nog een keer.

woensdag 1 december 2021

Op het Jaagpad

Na een uur interviewen en twee uur aantekeningen uitwerken moet ik nodig naar buiten. Maar wat een weer. Koud naar en akelig. Het liefst zou ik naar tropische kassen, maar de Hortus Botanicus in Leiden is me te ver. Ik probeer de Botanische Tuinen van Utrecht, maar die blijken van 1 december (vandaag) tot 1 maart gesloten. Dan maar naar Amelisweerd, een tochtje langs het Jaagpad langs de Kromme Rijn. Ik herinner me dat ik hier wandelde met K. 1984 of daaromtrent. Ik was nog nooit in Utrecht geweest en zij liet mij de mooiste plekken zien.

Eerst megadruil, dan korte opklaring, dan schemer. Prachtige verstilde mistplaatjes. 

In de schemer in het roodbonte bos tref ik een pensionado met een dure camera met mega-telelens. We raken in gesprek over fotografie. Hij heeft een cursus gedaan en probeert die nu in praktijk te brengen. Wat-zie-ik, wat-raakt-me, wat-probeer-ik-over-te-brengen. Hij wil graag aan de kijker overbrengen wat hij tijdens een wandeling in het bos beleeft. Maar het stuk bos dat hij fotografeert boeit me van geen kant. Wat ziet u hier? vraag ik.

Ik vertel over mijn collages. En dat ik na een wandeling-met-foto’s na de collage al die foto’s weggooi. Foto’s weggooien, dat moet ik nog leren, zegt hij. We discussiëren over een prachtig smeedwerk bruggetje dat je door het getierelantijn van het parklandschap niet goed in beeld krijgt.

Deze foto van de brug in kwestie vind ik op internet, maar dit is hartje winter. Nu hangt er nog veel rood blad aan de bomen.

Het is wel weer een mensplainende pensionado, ver in de zeventig, die zichzelf erg goed en intelligent vindt wiens echtgenote hem niet altijd kan volgen. bij ons afscheid ter hoogte van de Veldkeukenzegt hij dat hij het erg prettig vond om zo een kwartier met mij te converseren.




Achternichtje

Het is altijd weer de vraag of ze zich laat fotograferen. Want soms is dat ook niet zo en keert ze zich af. Hoe moet dat zijn voor kinderen, steeds maar gefotografeerd te worden. Maar toch ben ik blij dat het mag. Want dan kan ik na afloop dit maken.