dinsdag 8 april 2014

Hoger dan de blauwe luchten

Ik moet nodig de avondwandeling weer oppakken. De dwangstemmetjes van afwassen, wasje draaien, kleren opbergen, stofzuigen, even laten voor wat ze zijn. Het blijft sinds we zomertijd hebben weer laat licht. Nu kan ik op mijn gemak weer de wandeling langs het kanaal.

Al weken ben ik er niet geweest! Er blijkt opmerkelijk veel veranderd. Zo ligt er nieuw vet zwart asfalt over een deel van de weg. En er komt steeds meer nieuwe grond in het kanaal. Ze hebben de afgelopen maanden het zogenoemde Sluiseiland verwijderd en componeren nu Nieuwe Natuur. Er komen nieuwe langwerpige lossige eilanden voor in de plaats met neem ik aan meer riet en vogels. 

Wat niet veranderd is en eeuwig: de prachtige luchten, elke vijf minuten zijn ze weer anders.

Na de wandeling kan ik geheel verkwikt alsnog afwassen, was ophangen en was opvouwen. Want bij een opgeruimde geest hoort ook een beetje een opgeruimd huis.

Pater Frans

Die pater Frans van der Lugt, die gisteren in Homs in Syrië doodgeschoten is, die houdt me ook steeds bezig. Zo erg. Zo'n goed mens. En er worden dagelijks zoveel mensen vermoord in die oorlog, waarom is deze dood erger?

Als je haar maar goed zit

Mijn haar is weer een bende. Met zonder krullen is eens per drie maanden naar de kapper te weinig. De frequentie van het kappersbezoek moet opgevoerd. Mijn Chinese kapper sluit echter al om 17 uur. Ik Facebook hem om 16.30 u: 'Sta jij er vandaag?' Want ik wil zijn kapster Zon, die een half jaar geleden mijn krullen er afgehakt heeft liefst nooit meer zien. Ja hij is er. 'Mag ik nog komen?' En het mag. Omdat ik het ben.

Zon is er wel. Zou Tony haar verteld hebben over mijn suggestie dat zij mij van mijn krullen heeft beroofd? Ik schaam me ineens voor die onzin. Zon en ik groeten elkaar vriendelijk lachend. Maar dat zegt niets.

Tony en ik worden elk kwartaal beter bevriend. Vandaag kletst hij me de oren van het hoofd over zijn  zeven zussen in Singapore. Nou ja: vijf. Dat komt zo: ik begin weer over mijn favoriete thema krullen, en hij blijft beweren dat ze wel weer terugkomen. Ach concludeer ik dan: hij vindt het gezeur. 'Je kunt je er weinig bij voorstellen, want Chinezen hebben helemáál geen krullen...' Zeg ik en denk verschrikt:  Oeps, kan je dat wel zeggen? Maar het is al gebeurd. 

Ik heb het helemaal fout. Er zijn best Chinezen met krullen. Zijn oudste zuster heeft net zulk haar als ik, zegt hij, en dan laat hij op zijn telefoon foto's van al zijn zeven zussen zien. En hij heeft ook een nicht. Zij is een carrièrevrouw, en altijd alleen gebleven, want in Singapore kan een carrièrevrouw geen man vinden en eigenlijk ook geen vrienden. In elk geval niet via het werk. Yeah, it's lonely at the top, zing ik. Dat vindt-ie een goeie. Zijn nicht woont op haar 50ste nog steeds bij haar moeder, vertet hij, want in Singapore woont een vrouw niet alleen. In het weekend gaan moeder en dochter samen naar de boeddhistische tempel, mediteren. 

Gefatsoeneerd verlaat ik om 17.10u het pand. Je krullen kómen terug, roept hij mij nog na.

zondag 6 april 2014

Sleeping Angel

Met al die veranderingen op stapel mis ik Mutti wel. Ik heb behoefte haar te bellen en te vertellen: 'Mutti! Bobby en ik gaan een huis kopen, en nu echt!'

Op weg van Amsterdam naar Apeldoorn eergisteren had ik een hol gevoel ergens in mijn maag of buik. Een snik. Mútti! Haar graf is te ver, graag zou ik even naar haar toe. Dan maar een tékening, van een slapende engel op een graf. 

De zwerfsteen die we op haar/hun graf geplaatst hebben is ook mooi, maar ik vind haar wel heel alleen daar, ver weg in Emmen. Ik wou nu dat we haar zoiets hadden gegeven: een engel die een beetje bij haar is. Desnoods slapende.

'Sleeping Angel', zegt Bobby mijmerend terwijl hij naar mijn tekening kijkt. 'Ik ga even mijn moeder bellen,' zegt hij dan. Ja, zie je, zulke zaken wil je aan je moeder vertellen, dat je contracten tekent.

Weet je nog oudje

Foto: Hani501
In Nijmegen loop ik diverse personages uit mijn verleden tegen het lijf. Ze zijn vlnr 64, 65 en 60 jaar. Wat ben ik ineens een jonge blom! Die van 65 is nu onlangs met pensioen. Ik denk heel vaak aan je, zegt ze. Dat krijg je waarschijnlijk als je met pensioen gaat, dat je alle tijd hebt om je leven te herkauwen. 'Onze Amsterdamse tijd had toch ook wel góeie kanten', zegt ze nu, 'en jij was daar een van.' Dat is toch mooi om te horen.

Deze week draag ik voor het eerst naar het werk mijn nieuwe jurpje dat ik een maand geleden kocht. Het voelt heel lekker, een jurp. 

zaterdag 5 april 2014

Jan Arends

Het was nieuws afgelopen week dat de schrijver-dichter Jan Arends heruitgegeven gaat worden door een andere uitgever dan zijn oude uitgever De Bezige Bij. Nu door Lebowski, die ook Stoner van John Williams uitgeeft. Vooral VPRO-radio vloog erop in.

De naam Jan Arends roept veel bij mij op, uit mijn studietijd denk ik, maar eigenlijk herinner ik me er niet zo veel meer van. Psychiatrie - en antipsychiatrie - waren toen grote maatschappelijke onderwerpen. Misstanden werden aan de kaak gesteld, inrichtingen moesten open. Ik las er gebiologeerd over. Maarten Biesheuvel was ook een auteur uit dat spectrum.

Maar Jan Arends staat niet in mijn boekenkast. Ik download Keefman eerst maar eens als e-boek. Er staat twee keer Keefman in de e-boek-catalogus, een van € 7,99 en een van € 2,99. Er staat niet bij wat het verschil is. Ik koop de goedkoopste en blijk dan slechts één verhaal gekocht te hebben in plaats van de hele verhalenbundel. Dat is me al vaker overkomen, er staat bij de goedkope titels nooit bij dat het slechts één verhaal is, kopersbedrog vind ik dat. Maar dit terzijde.

Indrukwekkend relaas, dat wel. Een lange monoloog zonder ademtocht van een man die tegen zijn psychiater praat en hem - en de hele wereld - verwijten maakt. Eerst wil je hem nog wel geloven, maar omdat het maar doorgaat en er steeds maar geen andere kant van het verhaal komt, neem je gaandeweg steeds meer afstand van de verteller en zijn verhaal. De geestelijke nood, die razende geest, alles wat mis gaat, het onvermogen het tij te keren, dat komt heel wel wel over.  Benauwend.
Hij werd uitgegeven. De dag dat zijn dichtbundel Lunchpauzegedichten zou verschijnen, we spreken over 1974, pleegde hij zelfmoord.

De nichtjes des levens

Nichtje is ineens verhuisd naar Nijmegen. Een groot gemis. Nijmegen is best ver. Het is zo anderhalf uur rijden. Ik ken aardig wat mensen in Nijmegen, maar vaak komt het er niet van ze te ontmoeten. Maar vandaag kan ik enige zaken aan elkaar knopen en zo zit ik ineens onverwacht bij Nichtje en Jongste Nichtje aan tafel. In een echt huis in Nijmegen.

Mijn nichtjes zijn resepectievelijk dokter en zangeres. Ik ben erg trots op ze. Ik heb altijd plezier met ze, maar samen kunnen ze nog veel harder lachen. Dan delen ze een Geheim. Dan voel ik me even heel erg Tante. Nichtje is zeer verguld met dit onverwachte en dubbele bezoek uit Amsterdam: 'Er zijn in elk geval twéé die me missen!'