donderdag 13 december 2007

Adieu Frederiksplein (1)

Adieu Frederiksplein... Het zou een lied kunnen worden. Misschien vanavond, als de dozen ingepakt zijn en de sleutels ingeleverd. Voorlopig zingt door mijn hoofd het gedicht van Daan Zonderland O weemoed weemoed bovenal / om wat er van ons worden zal / van al wat was en wat zal wezen / en waarvan niets ons kan genezen.

Jarenlang fietste ik in tien minuten naar het werk, vaak vol ochtendergernis over de hindernissen omdat ik niet lekker door kon fietsen. Vuilniswagens, verhuiswagens, vrachtwagens, taxi's, stratenmakers, laden, lossen, hijskranen, noem maar op. Altijd om kwart over acht onstuitbaar in de weer. Ochtendergernis ook op de kruising Prinsengracht-Spiegelgracht, waar de fietsers uit Oud Zuid voorrang hebben op ons binnenstadsbewoners en waar het om 08.17 uur verrekte moeilijk overstekens is! Altijd chaos. Een tijdje hadden we ineens obstakels van de Noord Zuid Lijn op de Vijzelgracht, waar van de ene op de andere dag overoverkomelijke betonblokken waren opgeworpen...

Toch was de route Prinsengracht te prefereren boven de route Weteringschans waar Leidseplein, Weteringcircuit en Frederiksplein voor fietsers niet zonder bijna-dood-ervaring over te steken zijn.

Het Frederiksplein is eigenlijk best mooi, maar dat valt niet direct op omdat er zoveel wegen doorheen lopen. Trams, taxi's, sluiproutes, ouders met bakfietsen. Ook al staan er stoplichten, en iedereen rijdt er gewoon door. Nog een ochtendergernis: grachtengordel-ouders met bakfietsen met kinderen voorin zijn de eerste om door het rode stoplicht te rijden. Een paar maanden hebben daar om half negen agenten gestaan op de hoek van de Utrechtsestraat, om door hun aanwezigheid dat gedrag in te tomen.

Adieu Frederiksplein. Er zijn bijzondere bomen, vleugelnoten heten ze. Er is een schitterende fontein, maar die plek is hangplek voor alco's. Behalve bomen en een fontein heeft het Frederiksplein blijkbaar ook kunst. Nooit zo ervaren. Ik ben er honderden keren met mijn bammetjes langsgelopen zonder me af te vragen wat het was. Ik vond het jaren zeventig lelijkheid in de sfeer van de Nederlandse Bank. Je ziet het wel, maar je kijkt er liever om heen. Het kunstwerk is een monumenten ter nagedachtenis aan Anthony Winkler Prins. Mooi dat te weten, zo bij het afscheid van de plek waar zo'n dertig jaren lang de Koninklijke Vereeniging van het Boekenvak zetelde. We gaan met nog maar tien personen naar een locatie bij Station Sloterdijk.

Ik vrees dat ik de ochtendergernis enorm ga missen. Over doorfietsen hoef ik niet meer te jeuzelen. Kinkerstraat, Bilderdijkstraat, De Clerkstraat, Admiraal de Ruiterweg, en een eindeloos stuk Haarlemmerweg: geen obstakel te bekennen. Daar ga ik me nu alvast aan ergeren. En aan de wind.

Meer over kunstwerk Frederiksplein

dinsdag 11 december 2007

Frau und Orgel

In het kader van het vraagstuk Wat Doen We Met Onszelf Met De Feestdagen kom ik op mijn levensthema kerkorgel. Hiernaast ziet u een kerkorganiste. Ik ken haar niet maar ze staat stralend op de foto en ze heeft een naam voor in een roman van Renate Dorrestein: Everarda Slabbekoorn. Voor mijn verhaal doet ze er eigenlijk ook niet zo toe, ware het niet dat zij de lokroep van het orgel verbeeldt.

Dat zit zo. Mijn vader was kerkorganist, autodidact. Om ons te geven wat hij gemist had móesten al zijn zes kinderen op orgelles. Ik had niet echt talent, maar dat werd pas na járen erkend. Toen ik op een voorspeelavond van de muziekschool heel langzaam het Ave Verum van Mozart tot een einde had gebracht, en wel na klasgenoot Simon Wienke die iets virtuoos op de vleugel gedaan had, kreeg ik ook nog eens geen applaus. Ik voelde me intens vernederd, en mocht toen eindelijk van orgelles af.

Maar ja, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik heb een zus in voormalig Oost-Duitsland, die daar onder meer in het plaatselijke middeleeuwse kerkje tijdens Heiligabend het Krippenspiel verzorgt. Er is daar hoegenaamd geen kerkelijke traditie, maar omdat alle kinderen aan het Krippenspiel meedoen zit de kerk dan toch vol. Er waren een oude organist en een oude voorganger, die opmerkelijk luid kon voorzingen. Ik deed altijd mijn best hem in volume te evenaren. Vorig jaar was echter ineens de oude organist dood en de oude voorganger met pensioen. Een jonge dominee had haar benaderd met de vraag of zij niet iemand wist die orgel wilde spelen. Zij had geantwoord: 'Mijn zus uit Holland komt logeren, die doet het wel.' 'Nee, Heleen', riep ik, 'nee, nee, nee!'

Om een lang verhaal kort te maken: we hadden een fantastische Heiligabend, Heleen op het orgel, ik op de blokfluit ('Nee, Heleen, nee, nee, nee!') en de beeldschone jonge dominee op de Geige. Avond van mijn leven. Kort daarop schafte ik een (elektrische) piano aan - met orgelgeluid - en ik speel inmiddels best aardig, zeker voor iemand met een faalangst en orgeltrauma als ik. Stiekem ben ik vorige maand al in het grote Duitse Weihnachtsliederbuch begonnen.

Maar ja, in het kader van Wat Doen We Met Onszelf Met De Feestdagen... Weer acht uur rijden naar Duitsland? Ik ben net terug van novembervakantie! 'Nee, dat is te veel, ik ga niet.' 'Nee Heleen, ik kom niet.' 'Ik heb je toch gezegd dat ik niet kom?' Maar Heleen en haar drie zonen hebben sinds een week Skype, en steeds popt het Skype-icoontje op en roepen ze gevieren door mijn scherm: 'Tot met Kerst!'

Meer over Everarda Slabbekorn

In Europa

Streng hoor, Willem Melching in de Volkskrant over de tv-serie In Europa van Geert Mak. Melching is docent nieuwste geschiedenis aan de UvA. 'Geert Mak barst van de fouten', kopt het stuk.

Ik heb nu een paar keer naar In Europa gekeken en was zeer onder de indruk van het beeldmateriaal over de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog. Hoe dat voor de mensen die in de gebieden wonen waar de grootste verschrikkingen plaatsvonden nog steeds doorspeelt. Na oorlogen zijn mensen nog generatieslang doende om munitie en lijken te bergen.

Ook was ik geschokt door het fragment over een Britse soldaat die na een verlof niet meer terugdurfde naar het front en wegens 'hoogverraad' werd geëxecuteerd. Nog maar kort geleden, bijna een eeuw later, is hij gerehabiliteerd. Een grote opluchting voor zijn inmiddels hoogbejaarde familieleden.

Ik denk dat ik wel blijf kijken, want het materiaal dat Mak in In Europa laat zien is meer dan fascinerend, maar ik zal wel met meer kritische zin luisteren naar de voice-over.

Lees Willem Melching
Reactie Geert Mak

zaterdag 8 december 2007

Showkoken

De hagelt slaat tegen de ramen, binnen is het warm en huiselijk - alleen het haardvuur ontbreekt. Vandaag maar eens een Marokkaans recept proberen. Vorig jaar Sinterklaas heb ik van mijn zus B. een tajine gehad, een Noordafrikaanse kleien kookpan. Ziet er exotisch uit.

Ik heb het ding het afgelopen jaar nog maar één keer gebruikt. Het duurde heel lang voor hij warm werd, herinner ik me, waarschijnlijk mede doordat ik het vuur niet zo hoog durfde zetten - bang dat de pan elk moment uit elkaar kon knallen. Koken in de hapjespan gaat sneller.

Het recept dat ik uitgezocht heb heet ook een tajine, maar dat heeft volgens mij niet per se met die kleien pan te maken, het kan blijkens de illustratie ook in een braadpan. Deze tajine die maakt gebruik van witte vis in chermoula, een marinade van azijn en citroen en onder andere koriander en komijn. Geen idee hoe dat smaakt. Extra spannend maakt het dat ik geen maatbeter heb en de marinade 45 cl wijnazijn en 15 cl citroen moet bevatten. Lijkt me nogal veel. En zuur. Op het gevoel doe ik maar wat - wat minder. Ik maak het eten grotendeels in de hapjespan, pas de laatste fase met de vis gaat alles in de tajine.

Bobby, die tijdens het koken op de bank lag te slapen, blijkt onder de indruk van de tajine. Hij vindt het eten ERG lekker. Wanneer ik opbiecht hoe ik het gedaan heb beticht hij me van show-koken. 'Dat is eigenlijk iets voor mannen'. Maar het feit dat ik alle wederwaardigheden van de bereiding deel maakt me wel weer vrouwelijk, 'mannen zouden alleen maar stoere spraatjes over het recept ten toon spreiden.'

Als je op de illustratie dubbelklikt krijg je een groter beeld en is het het recept te lezen.

vrijdag 7 december 2007

Pulcherrima

Hehe, de werkweek is over. Kaarsen aan en de cd Officium in de muziekinstallatie - wonderlijk mooie combinatie van middeleeuwse a capella liederen door het Britse Hilliard Ensemble met daar overheen jazz-improvisaties op saxofoon van de Noorse Jan Garbarek. Mij laatst aangeraden door Leo V. Veel dank. Zeer schoon. Pulcherrima.

'Pulcherrima Rosa' heet het eerste nummer. Het woord 'pulcherrima' roept een herinnering op aan de middelbare school waar we onder leiding van onze leraar Latijn (Wietze Meijer) stukken uit de Metamorphosen van Ovidius in het hoofd moesten stampen: 'Pyramus et Thisbe, iuvenum pulcherrimus alter, altera, quas Oriens habuit, praelata puellis, contiguas tenuere domos, ubi dicitur altamcoctilibus muris cinxisse Semiramis urbem.' Ik weet de dreun en de betekenis van alle woorden nog, behalve van cinxisse.

(Moge deze bijdrage een beetje een tegenhanger vormen van de vorige poep-posting.)

Dingen die je niet wilt weten

Is 'Ik poep vijf keer per dag' nou een kop voor een literair blad? Hij is in zoverre goed dat het een zin is die blijft hangen en die je wilt doorvertellen. De meeste mensen hebben sowieso al een sterk gevoel over Maarten 't Hart, zo niet over zijn onderwerpen, dan wel over zijn stem, zijn jurken, en nu dan weer over deze informatie!

Maar hoe vaak Maarten 't Hart poept, wil de boekenlezer dat weten? Of dat hij een schrokop is, met volgens zijn vrienden meer oog voor kwantiteit dan kwaliteit? Voor wie het interesseert: dat hij desondanks zo mager blijft komt dus door dat poepen. 'Vrijwel alles wat ik eet poep ik weer uit. Ik zit heel vaak op de doos, ik poep meestal zo'n vijf keer per dag. Alles valt er gewoon doorheen.'
Of wil ik het wèl weten? Eerlijk gezegd geniet ik best een beetje van het almaar typen van het woord poepen. Ik lijk wel een klein kind!

't Hart wordt trouwens over dit onderwerp geinterviewd naar aanleiding van zijn nieuwe boek Het Dovemansorendieet. Over zin en onzin van gewichtsverlies, De Arbeiderspers, 16,95 euro). Het is geen literair werk en Boek is ook geen literair blad. In die zin valt de redactie geen literaire wansmaak te verwijten.

woensdag 5 december 2007

Relatietherapie

Wat er aan vooraf ging: ze dacht dat het allemaal wel kon, al die overspeligheid, maar nu lijkt ze toch echt aan de relatietherapie te moeten wil ze de boel nog redden.

- Ik weet niet, zegt ze, of ik dat wel wil. Wat denk jij?

- Moet je niet aan mij vragen, zeg ik, ik ben twee keer een half uur in relatietherapie geweest. Ik geloof dat er zestien jaar tussen zat. Beide keren waren geen succes. Wil je het horen? Ja dat wilde ze.

Beide keren was er sprake van een eerst diepdepressieve en tenslotte diepoverspelige partner. Over wie ik dan in de kamer van de relatietherapeut (al maanden hùn therapeut) uit de mond van die therapeut hoorde dat ze dingen niet tegen me dorst te zeggen. Want ik ben zo welbespraakt.

De eerste relatietherapeut was een academisch geschoolde systeemtherapeut. De toenmalige geliefde zat al jaren in een zwart gat en was ten einde raad in academische dagbehandeling gegaan. Ik wist niet van systeemtherapeuten, maar deze academicus had een flipover waar hij mijn hele gezin van herkomst op ging schematiseren. Waarom ik na een half uur wegliep was omdat niemand aan mij vroeg: en hoe gaat het eigenlijk met jou?

De tweede was een maatschappelijk werkster die wat nascholing had gedaan met een huiskamer met kussens, pantoffels en een lief hondje dat er ook bij mocht. Ze meende dat het haar werk ten goede kwam als ze met een warme zachte stem sprak.
- En, nodigde ze dus warm mijn Ex uit: wat zou je tegen Lucie Theodora willen zeggen?
Ex zei niets, waarna de therapeute mij warm uitlegde dat Ex bang voor mij was. Of ze zich daar overheen kon zetten.
Nee dus. Dat duurde al met al 20 minuten, tot de vrouw mij warm uitnodigde om te vertellen hoe ik me voelde.
Nou, dat wilde ik best, want dat had nog niemand mij gevraagd. Ik voelde me belazerd, verlaten, alleen angstig, ongelukkig, woedend, ik begreep er niets van. Bij het uitspreken van deze tekst begon ik te huilen.
- Hoe voelt dit voor jou, vroeg toen de therapeute warm aan Ex.
Maar Ex was denk ik nog banger geworden en zei helemaal geen boe of bah meer. Toen wist de relatietherapeute geen nieuwe vraag meer en ben ik na tien minuten maar vertrokken.

Dus aan mij moet je maar niet vragen of het een goed idee is om in relatietherapie te gaan. Maar àls je gaat moet je me alles vertellen. Ik luister en huiver.