Ik bel Bobby die zegt: trap eens tegen die koppeling aan, een beetje heen en weer, en ik doe het en ja, hij schiet weer los. Maar ik durf niet te gaan rijden, stel je voor dat het weer gebeurt.
Na drie kwartier komt de Wegenwacht. Ik ben altijd zo blij met de Wegenwacht. Die mannen zijn zo beleefd en aardig, ze nemen je serieus ook al heb je geen verstand van auto's, en ze hebben nooit haast. Deze man zegt dat ik er wijs aan heb gedaan niet te gaan rijden, want het zou inderdaad zo weer kunnen gebeuren. Hii stelt voor dat ik de auto naar onze garage rijd, en hij zal achter me blijven rijden. Als het weer gebeurt kan ik stoppen en kan hij het verkeer om mij heen leiden. Zo gezegd zo gedaan.
Dirk zegt dat hij de komende week geen tijd heeft voor onze auto. Hij heeft twee man minder personeel: één is overleden en één is bij de KLM gaan werken. Ze werken maar met twee of drie en daarom gaat het wel even duren. De Wegenwachtman is mee, en Dirk biedt hem gelijk een baan aan. Nee hoor, zegt de Wegenwacht, ik vind het buiten werken veel te leuk. 'Maar we hebben de auto nodig!' zeg ik. 'Ik moet volgende week naar het ziekenhuis!' De arbeidstekorten in de garagebranche.
Als ik eindelijk thuis kom heeft Bobby het alweer opgezocht. Een koppeling kan kapot gaan tussen de 100.000 en 200.000 km. Onze teller staat op 150.000. En een koppeling slijt sneller als je veel korte ritjes in de bebouwde kom maakt. Wat ik wekelijks doe bij het maaltijden bezorgen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten