In mijn vakantie is Nichtje's 'Bestie' van de middelbare school en de studietijd overleden. Een zeldzame en desastreuze kanker. Ze laat een man en twee kindjes na. En andere familie en vriend(inn)en. Nichtje en ik appen erover. Omdat ik ook twee besties ben verloren. Ook aan kanker. Ook heel snel.
Nichtje stuurt me foto's. Of ik een tekening wil maken. Bij dezen.
Het is even diep ademhalen, maar dan ga ik toch maar naar de volkstuin. Vóór de vakantie was het er een natte bende en deed niets het. Hoe zou het er allemaal bij staan? Grasmaaien is opgave 1. Dat gaat bij hoog gras nooit op één accu, dus ik moet ook nog heen en weer. Opgave 2: een plekje zoeken voor mijn souvenir uit Kappeln. En dan wvttk.
Van de weinig gewassen die nog iets beloofden zijn alleen de cherrytomaten en de venkel wat geworden. Eén courgette. Er zijn haast geen bramen.
Dan blijkt dat de Surinaamse buurman heel veel braamstruik die blijkbaar tussen onze tuinen woekert afgeknipt te hebben en over mijn struikjes gestort. Naar dat stukje kijk ik eigenlijk nooit, er is genoeg andere wanorde om me mee bezig te houden. Maar het ziet eruit alsof hij een enorme woede-aanval heeft gehad. Ik ben er minstens anderhalf uur me bezig die bramentakken (dik, met veel harde stekels) uit die struikjes te verwijderen en de boel wat te fatsoeneren.
De ijverige tuinbuurvrouw heeft gisteren haar verjaardag op haar tuin gevierd. Ze had mij ook uitgenodigd maar ik ben niet gegaan want ik was nog niet toe aan een tuin vol vreemde mensen. Ze had mijn kuipstoeltjes geleend en toen was dat nog niet zo, meent ze. Ze bekent dat ik heel veel bramen had, en dat ze die geplukt heeft.
Wat doe je dan zo'n eerste dag terug thuis? Een wasje draaien. En nog een. De auto leeghalen. Kletspraatjes met de buren. Boodschappen halen. En maar eens naar de moestuinbakken. Naar de aardappels. Ze zijn niet gestolen. Het is een behoorlijke oogst. Eerst oogst ik de opperdoesers. Ze zijn heel verschillend van formaat, van krieltjes tot enorme joekels. Ik ben er behoorlijk trots op. En als deze op zijn dan oogst ik mijn bildtstars. Jammer dat Schoonmama er niet meer is. Die had toch zo'n weet van aardappelen. Als ik Bobby mag geloven dan praatten zijn ouders en ooms en tantes vroeger op verjaardagen vooral over aardappelen.
We weten dat Femke Bol zaterdagavond gaat lopen, de gemengde estafette, maar het is een beetje zwarte zaterdag op de Duitse autoweg, er staat een file van meer dan een uur voor de Elbtunnel, dus rond 21u als ze gaat lopen zijn we nog maar bij Deventer. Vanaf Rheine kunnen de weer Nederlandse radio ontvangen en luisteren.
Bij deze wedstrijd gaat de verslaggever helemaal uit zijn dak over de manier waarop Femke de laatste 100 meter iedereen inhaalt. Dus bij thuiskomst geen auto uitladen, maar Olympischs Spelen kijken. Eerst Femke zien en horen. Prachtig. Heerlijk. Ik zal later een filmpje zoeken voor wie het gemist heeft. Ook al geef je niet om de Olympische Spelen: dit wil je wel zien.
Het is altijd weer een (wils)krachttoer om de tent af te breken en de auto in te pakken. Eigenlijk wíl je niet. Eerst de koffers vol- en dichtproppen, dan ontbijten en afwassen en dan alles oprollen. Het duurt circa twee uur. Tegen half twaalf kunnen we rijden.
Route: Kappeln, Eckernförde, Rendsburg, Hamburg, Bremen, Osnabrück, Hengelo, Deventer, Amersfoort, Utrecht. Behalve die ene oneindige file bij Hamburg zijn er eigenlijk geen files. Soms valt het mee.
De snelwegrestaurants worden steeds erger. We nemen er meestal een saladebowl en een grote koffie, om energiek te blijven. Maar de wegrestaurants hebben het denk ik moeilijk. Elk jaar zie je de volgende efficiency-slag en is er nog minder personeel. Nu kun je niet meer aan een balie bestellen en betalen, maar moet ook dat op een beeldscherm.
Ineens heb ik het helemaal gehad met het kamperen. Het buiten leven is heerlijk, het was/is fantastisch aan de Oostzee, we hebben prachtig gefietst en lekker gegeten en elke avond dat loopje naar de dijk en de zee, maar ineens ben ik het verkeren tussen de campers en het campervolk helemaal zat. Het ongemak. Die loopjes met het teiltje naar het toiletgebouw. De toegangpasjes voor de toiletten die je steeds vergeet. Het tig keer per nacht buiten plassen in het natte gras een eindje van de tent. Het halflekke slaapmatje dat steeds weer opgeblazen moet worden. De voortdurend haperende of trage wifi. De oerlelijke caravan achter ons. Kampeerders met een gitaar of kampeerders die karaoke doen. Het is geloof ik tijd om terug naar huis te gaan.
Laten we nog naar een stad gaan, een uur of wat. Schleswig Holstein, wat is dat voor een land als je geen grote stad gezien hebt? Nou ja dat is niet helemaal waar. Ooit zagen we Lübeck en Travemünde.
De keuze tussen Schleswig en Flensburg valt op Flensburg, als noordelijkste stad van Duitsland. Ligt ook aan een fjord, de grens tussen Duitsland en Denemarken ligt vlak boven Flensburg en midden in dat fjord. Dat fjord ligt midden in de stad. Er is een openlucht museum met oude schepen. Er is een oude werf waar ze de oude scheepsambachten in ere houden. Er zijn smalle straatjes met Deense huisjes vanaf de haven.
Eerst lopen we een eind langs het water en dan weer terug door een tamelijk aftandse winkelstraat, hemeltje is het hier zó arm? Later wordt het wat meer Kalverstraat en Hoog Catharijne en middenklassepubliek. Maar toch: veel arme mensen. Er is zelfs een ouderwetse linkse boekhandel.
We lunchen bij een Chinees 'China Bai', dit in het kader van alle Chinese restaurants waar we al gegeten hebben. Volgens ons is de eigenaar weer een Vietnamees.
Eerst dacht ik bedacht dat Flensburg leuk zou zijn voor een driedaags vakantietje, zoals eerder dit jaar naar Bremen, maar de armoede op straat tempert dat idee. De ligging van de stad is geweldig, maar dan moet er wel een mooie tentoonstelling zijn en een mooi concert. Je kunt ook een dagje met de boot op en neer naar Denemarken.
We zijn benieuwd hoe zo'n fjord er nou uitziet en besluiten tot een fietsrondje Schlei. Omdat er diverse veerboten en bruggen buiten gebruik zijn wordt het een veel langere tocht dan verwacht, maar prachtig!
We beginnen in Arnis, een pittoresk oud dorpje dat een stadje blijkt te zijn, mooi aanbevelenswaardig toeristisch, maar waar de veerpont dus niet vaart. Dan fietsen we maar weer naar Kappeln om de Brücke te gebruiken om naar de overkant te gaan. Van dorpje naar dorpje maar Alt Sieseby is wel het mooiste met allemaal oude boerderijen met prachtige rieten daken. Gerenoveerd en bewoond door nieuwe rijken, dat dan weer wel.
Bij Missunde is het fjord heel smal en kunnen we met een oud pontje over. Heel mooi. Een Syrische jongen verkoopt kaartjes op het pontje. Heen en weer, heen en weer. Hoe zou dat zijn? Blij dat hij een baan heeft?