vrijdag 31 augustus 2012

Furnas

We kiezen Furnas als bestemming, een vulkaangebied in het midden-oosten van São Miguel. Het is wel een eindje rijden, maar het belooft wat.

Onderweg nemen we in de Toyota Koekblik een lifter mee, een stinkende man, naar blijkt wanneer hij eenmaal achterin de auto plaats heeft genomen. Maar wel praatgraag. Hij heeft 17 jaar in Montreal gewoond, vertelt hij, maar het was hem er te koud. Hij kon niet tegen sneeuw. Hij heeft vrouw en kinderen daar achtergelaten en is teruggegaan naar de boerderij van zijn moeder, waar hij nu 20 koeien houdt. 70 jaar. Wat een levensverhaal moet dat zijn.

Furnas is één grote vulkaanorgie. Met zwavelbaden, geisers, een enorm prachtig botanisch park, het kán niet op. We zwemmen in een warm mosterdgeel zwavelbad. Het bad is een groot loom liefdesnest. Stellen van alle leeftijden en ouders en kinderen hangen ombekommerd om elkaar heen.

Ook her botanische park is prachtig, en de geisers zijn prachtig. Men kan wel in haar hol een boek willen lezen, maar dan mist men wel dit allemaal.

donderdag 30 augustus 2012

Kopergoudblond

Elke vakantie komt het moment dat je denkt: het haar moest maar eens gedaan. Het oranje wordt met de dag lichter, wat ik leuk vind, en liefst altijd zo wil houden, maar de uitgroei wordt steeds langer en meer. Volgens mij groeien nagels en haren sneller in de vakantie. Dus ergens halverwege komt het vraagstuk kopergoudblond weer op. Dan ga ik het verven en kan het nog bijbleken.

Het is inmiddels donderdag en dus de hoogste tijd. In de dorpen hier hebben de supermarktjes, die de bewoners van het hoogstnoodzakelijke moeten voorzien, doorgaans vier kleuren: bruin, bruin, bruin en bruin. Kastanje, mahonie, walnoten, cacao, ofzo. Je ziet geen Azorese met oranje haar. Ook de hypermercado Continente heeft alleen maar blond en bruin.

Máár: elk stadje hier heeft een Chinees warenhuis. Een marktplaats van de grootst mogelijke zooi bijeen. Alles heel goedkoop. Heel veel. En bij zo'n Chinees in Ponta Delgada ziet nota bene Bobby een doos haarverf in de etalage liggen. Ik probeer aan de Chinese achter de kassa, die al geen Portugees spreekt, laat staan Engels, uit te leggen dat ik haarverf wil in de kleur kopergoudblond. Oranje.

Mij niet begrijpen.

Er wordt van zolder een Portugese vrouw gehaald die de kast met haarverf weet te vinden en verdomd: ze hebben oranje! 3,90 euro. Heel goedkoop, onbekend merk, instructies in het Portugees en Spaans.

Het is denk ik heel erg oud. Als je zo'n doos opent heb je diverse onderdelen en die worden jaarlijks aan het gemak van de gebruikster aangepast. Alles waar je je aan ergert is een jaar later opgelost. Deze flacon is nog van generaties her. Hij hoort voor de helft met vloeistof gevuld te zijn, maar dat is al lang niet meer zo. Eerder een zesde. Dikke drab. Als ik daar de verfcreme doorheen probeer te schudden ontstaat er een klonterige pasta in de kleur donkerzilvergrijs. Dat heb ik nog nooit gezien. Welk risico loop ik? Groen haar? Men moet wat overhebben voor heur haar.

De dikke grijze pasta blijkt maar genoeg voor de helft van mijn hoofd. Met water probeer ik de drab over het hele hoofd te verplaatsen. En als ik het dan onder de (Duitse wonder)douche wil afspoelen wordt het water niet meer warm. Gasfles leeg.

Belevenissen van de hedendaagse vrouw vóór het ontbijt. Waar doe je het voor? Voor jezelf, Lucie Theodora. Bobby, die voor de kóffie (die hij ná het ontbijt nuttigt) vrijwel niets opmerkt, ziet niets.

Plakboek

Vroeger, toen er nog geen moderne communicatiemiddelen waren, maakte ik onderweg plakboeken. In elk dorpje zocht ik naar ansichtkaarten, suikerzakjes, entreekaartjes en een idioot schrift. Elke dag verzamelde ik wat we zagen en deden. Geweldige documenten waren dat. Blijmoedig bladerde ik die dagelijks door: reeds ter plekke en wekenlang nog thuis. Instant nagenieten. Mijn vriend Steen doet het nog steeds op die manier. Ik vraag hem wel eens of zijn man daar niet gék van wordt, want overal moet je winkeltjes in om parafernalia te verzamelen. Maar nee, zijn man vindt het best. Is-ie dan niet blíj met je, trots op je, dat je zúlke leuke boeken maakt! Nee, dat dan ook weer niet.

Het bloggen: Bobby vindt het OK, als ik het maar niet onder het eten doe.

De fotoboeken die ik over de vakanties maak, daar is hij trouwens wel blij mee, die laat hij trots aan zijn moeder zien. Maar daar is door het bloggen een beetje de klad in gekomen. Want dan moet ik ook met de camera foto's maken. Ik heb nog een iPhone 3, en daar is de kwaliteit foto's niet zo goed van. Steen vindt mijn fotoboeken mooi, maar hij vindt dat Bobby en ik méér op de foto moeten. Alleen landschappen en dorpsgezichten is saai. Dus nu maken we elke dag een foto-van-de-dag. Beetje ijdel, vind ik, maar soit.

Maar goed, nu blóg ik dus ook nog. En nu zit ik in een beetje in de knoop. Ons huis van Wolfgang und Martina heeft geen wifi en het dorp is tamelijk ver weg. Ik mag wel bij W und M in de tuin komen, maar ze weten niet wat ze aanbieden! En om met de auto naar het dorp toe te gaan om te bloggen... Er zijn grenzen.

Tot nu toe heb ik hier via 3G geblogd maar dat gaat hard en nu is mijn databundel op, leeg, finito, zo krijg ik via sms te lezen. Dat is dus dat.

Bobby's zus vindt trouwens mijn moderne communicatiemethoden wél leuk, zij heeft op Facebook mij al diverse malen ge-liked. Ik hóór mij elke dag aan Bobby vertellen wie mij nu weer ge-liked heeft. De nieuwe conversatie. Ik vind dat léuk. Jaja, bromt hij dan.

Toch is hij - denk ik - ook wel weer een beetje trots als zijn oude moeder over de telefoon vertelt dat ze al die collagefoto's van Lucie al gezien heeft. 'Wie is die man die op de collagefoto's staat?' vraagt ze. 'Is dat Bobby? O! Ik kon het niet zo goed zien. Ik dacht dat het een andere man was.' Die fotobewerkingen leiden niet tot extra helderheid, nee. Maar wel leuk dat Bobby's zus ze heeft laten zien. Schoonmama meldt ook trots dat ze inmiddels ook zelf haar debuut heeft gemaakt op Facebook en dat een van haar kleindochters haar al na vijf minuten ge-liked heeft. Wat een tijden.

Nu een nieuwe invulling vinden van de laatste dagen van de vakantie. Of, zoals Vinnie suggereerde: alle berichten opsparen.

Gelezen: Julian Barnes, 'The Sense of an Ending'

Indrukwekkend prachtig boek. Een man van in de zestig, met pensioen, al jaren alleengaand/gescheiden, kijkt terug op zijn eerste liefde Veronica eind jaren zestig. Het was zo'n eerste liefde van begin twintig, toen de meisjes nog geleerd werd hun maagdelijkheid te bewaren en jongens seksbelust de grenzen van waar ze wel en niet aan mochten komen aftastten. Andere tijden.

Dit verhaal gaat over Tony en zijn eerste vriendin Veronica. De herinneringen worden van detail tot detail uitgemolken. En op een dag is het uit. En een tijdje later krijgt ze een liefdesrelatie met Adrian, een van zijn vrienden uit zijn dorp van herkomst. Tony is niet blij, en schrijft de twee een brief, en laat dan die geschiedenis dan achter zich. Adrian pleegt na een tijdje zelmoord. Tony komt er niet achter waarom en de geschiedenis verdwijnt uit zicht.

Life goes on en zijn huwelijk, kinderen en scheiding, worden als een rimpeling op - bij wijze van spreken - één pagina behandeld.

Deel twee komt hij weer zijdelings im contact met Veronica. Hij is geintrigeerd, probeert er achter te komen wat er gebeurd is, herinnert zich steeds meer van hun relatie tóen, die niet in het plaatje passen dat hij ervan gemaakt heeft. Je hebt géén idee, zegt ze af en toe. Je hebt géén idee.

Een prachtige steeds beklemmender roman over herinneren, constructen, jeugdobsessies, leeftijd, de levensloop van de mens en wat al niet.

woensdag 29 augustus 2012

Na regen zonneschijn

Het regent de hele dag, tot 16 uur, voorbij ons 'weiland/gazon' zie je niets dan wolk, en dan ineens trekt de hemel open en is het weer prachtig weer. Meteen heet.

We gaan een eindje toeren naar de dichtstbijzijnde vulkaan en nemen zwem- en wandelspullen mee voor het geval dat.

Het boek 'Sense of an ending' van Julian Barnes is alleen adembenemend prachtig. Omdat ik de hele dag heb zitten lezen heb ik eigenlijk niet zo'n zin in eropuit. Ik voel me een beetje als vroeger, als kind, als ik weer drie boeken van de bibliotheek had gehaald en niets liever wilde dan die boeken lezen. Al die overweldigende natuur: mag het misschien een beetje minder?

Het is een prachtig uitje. En het blijft een dilemma op exotische vakantie: wat te doen met de behoefte aan lezen en in je sop gaarkoken. Ga je daarvoor helemaal naar die prachtige Azoren?

Toyota Koekblik

Op alle eilanden hebben we een huurauto. Omdat deze vakantie iets meer in de papieren loopt dan we gewend zijn hebben we steeds een huurauto categorie A geboekt. Een Hyundai Atos, zeg maar, zo'n auto waarvan je je bij sommige hellingen afvraagt of hij die überhaupt wel trekt.

Op Flores hadden we een Renault Clio (categorie C) en op Faial een relatief nieuwe grote Opel Corsa categorie B). Die laatste twee waren - ook vergeleken met de Celica thuis die ook alweer 15 jaar is - heerlijke luxewagens. 'Opel, wir leben Autos'.

We zijn dus wel een beetje teleurgesteld dat we op São Miguel weer een Toyota Aygo krijgen, knalrood en spiksplinternieuw weliswaar, maar toch. Type Koekblik. Hij rijdt heel schokkerig. Je went er op den duur wel aan, maar nooit helemaal.

Het grootste probleem is dat hij als je wilt wegrijden niet in zijn 1 wil én niet in zijn achteruit. Dat zijn precies de versnellingen die je nodig hebt, zeker als je de dag op een helling begint. En dat doen we, want we wonen en parkeren halverwege een heuvel. Misvhien kunt u zich de taferelen voorstellen in de auto die op een hoek op een helling geparkeerd staat en die niet in zijn 1 wil.

Maar inventief als we zijn hebben we er wat op gevonden, Dus nu is het bij thuiskomen: eerst het Koekblik keren, zodat-ie met zijn rooie neusje naar beneden staat, en in zijn 1 laten staan.

En u ziet het goed: het regent. Het regent pijpenstelen. Al de hele dag. Helemaal niet erg. We hebben een groot terras met afdak en de temperatuur is heerlijk. Ik lees Julian Barnes, 'A Sense of an Ending'.

Senhor Sante Cristo dos Milagres

Omdat het regent gaan we maar naar Ponto Delgada. Volgens Wolgang en Martina móeten we naar de - enige -shopping mall tussen New York en Europa én naar de Continent, de plaatselijke hypermercado. Dat is allemaal niet zo boeiend en verder is hier ook niet zoveel dus gaan we maar kerken bezoeken én het plaatselijke Clarissenklooster.

Religieuze tegels, dat is hier een 'ding'. Alle huizen hebben hier tegels boven de voordeur. Een van de afbeeldingen vond ik net een boeddha, maar het bleek een afbeelding van de Senhor Sante Cristo dos Milagres. Dat beeld, manshoog, is een heel belangrijk ding hier. Het schijnt hier al sinds ca 1530 op São Miguel te zijn. Twee nonnen die het van de Pope zelve cadeau hadden gekregen. Door het jaar heen is het opgeborgen in het Clarissenklooster alhier en jaarlijks vindt er dé grote processie mee plaats. Het beeld wordt dan - feestelijk op een ossenwagen - jaja daar is-ie weer - rondgereden. Al meer dan 300 jaar lang en vinden er wonderbaarlijke genezingen plaats.

In het klooster staat dus dat beeld van Senhor Sante Christo, totaal over the top - en daar knielen en bidden de hele dag mensen voor. In hartstochtelijke devotie. Ik ben diep onder de indruk.