dinsdag 29 september 2015

City Utrecht

En alsof het nog niet genoeg is deze overloaded dag heb ik ook nog een eet- en filmafspraak met Leen. 'Een vriend van me heeft een film gemaakt,' appte ze vorige week, 'en die draait dinsdag op het Film Festival, om half acht in het City Theater.' Grappig hoe je vervolgens enorm van opzij kunt inflitsen op zo'n opmerking. Vriend? Welke vriend? Ken ik die vriend? Heb je nooit over verteld. Nou ja, zegt ze, hij is de vriend van een vriendín, en, zoals dat dan gaat, dan wordt hij ook een beetje een vriend. 

De vriendin en de vriend zijn er ook. Hij gaat naar alle voorstellingen van de film. In het weekend is hij vertoond als Volkskrant-film in het grote nieuwe filmtheater in Leidsche Rijn. Met een doek van 19 meter. Uitverkocht met 700 bezoekers. Nu zitten we in allerwegen een minimaal filmtheatertje. 

De vriendin blijk ik trouwens al eens op een feestje bij Leen & Ekfa ontmoet te hebben. Dat herinner ik me nog goed. Ze bleek ook op de Zeeburgerdijk te wonen. Ik was de avond ervoor naar een mime-voorstelling geweest op luitmuziek van Bach en ze was heel geïnteresseerd in luitmuziek van Bach. 

In elk geval is het nu allemaal best vertrouwd. We zitten gevieren bijeen. Het voelt een beetje als in een Woody Allen-film. Leen en haar vriendin kakelen elkaar en haar vriend en mij de oren van het hoofd. Ik laat mij in al die lossigheid ontvallen dat ik de stropdas van de vriendin net een NS-stropdas vind. Dat vindt ze niet zo leuk. Haar vriend de regisseur zegt dat Leen en zijn vriendin samen altijd zoveel kakelen, uren achtereen, en dat ze naar niemand luisteren. Ook niet naar elkaar.

Het is een práchtige film. Een documentaire, getiteld 'Little Angels'. Dat is een verhaal apart. De zaal is ademloos stil. Na afloop krijgt hij een mooi klein applaus. Hij is genomineerd voor een Europese prijs.

Wat gaan we doen, vragen we na afloop, ik ben vrees ik wat pips en witjes van vermoeidheid.  'Jij moet naar bed', zegt Leen gedecideerd. Zij gaan gedrieën naar de trein, naar Amsterdam. Ik doe mijn fietstochtje langs de Vecht. Steeds meer thuis.

Is getekend

De hele werkdag loopt in het honderd want ik ga midden overdag een auto kopen te Oss. Ik maak mijzelf wijs: dat valt wel mee, maar Oss is een uur. Een uur heen, een uur terug, een uur verkoopgesprek, een half uur proefrijden, een half uur contract.

Ik denk nog: hoe voert men een koopgesprek met een autoverkoper, ik kan toch niet die beginzin van de garage gebruiken ('En, is het een beetje een lekker autootje?') maar wat dan wel!? Het gaat echter vanzelf. 'Wat is het verhaal van de auto?' En daarna: 'Wat ga ik allemaal tegenkomen het komende jaar?' 'Wat kunt u met mijn oude auto?' 'Mag ik een proefrit?' 'En hoe nu verder?'

Hij heeft ook zo zijn vraagstukken. U bent die meer de jongste, zegt hij, komt u die auto nog wel uit? En: Moet uw man niet ook even komen proefrijden? En die 322500 km op de teller, heeft ú die allemaal gereden? Nou, allemaal... zeg ik, maar wel veel. Ik zal eens op de aankoopbon kijken.

Hij vertelt hoe het leven van zijn garage + werkplaats veranderd is door internet. Hij is meegegaan met de nieuwe tijd en zet ook elke auto die hij te koop heeft online. Vroeger kreeg hij alleen klanten uit Oss, die de gekochte auto dan ook bij hem in onderhoud deden. Nu krijgt hij ongeduldige klanten uit het hele land, die direct antwoord op een mailtje verwachten. E-mailen zit hem duidelijk nog niet in het bloed. 'U belt tenminste nog', prijst hij mij.

Hij gaat nu nog een extra sleutel bestellen en twee remblokken vervangen, en dan krijg ik een belletje. Ik op mijn beurt moet op zoek naar mijn Kentekenbewijs Deel 3, ik moet zorgen dat ik voldoende euro's kan pinnen en dat ik die dag twee auto's verzekerd heb. Dan geeft hij me een briefje vol nummers en codes mee.

Thuis vind ik op de aankoopbon uit 2008 een kilometerstand van ruim166.000. Dat is  dus 156.000 km in zeven jaar ofwel 22.000 km per jaar geweest. Ja, allemaal zelf.

De oude bolide gaat naar de sloop, zei hij nog. 'Daar ben ik heel eerlijk in'.


maandag 28 september 2015

'Dame!'

De garage belt en zegt: 'Dame! Ik heb vervelend nieuws voor u.  Behalve alle gewone zaken is de carterpan lek, die lekt olie. Die vervangen kost 325 euro. De distributieriem moet vervangen, dat kost 400 euro. Nee, we zijn er nog niet. Er is méér. De handrem achter is versleten. De brandstofslang is verroest. De grote onderhoudsbeurt èn alle reparaties die echt moeten (vanwege APK en mijn eigen veiligheid) bedragen 2.250 euro. Kortom: uw auto is financieel failliet. De auto staat nog op de brug, wij maken u echt niets wijs, u mag komen kijken.'

Ik was met een vervangende Hyundai Koekblik. Daar ga ik ook snel weer mee terug. Mijn nieuwe garage is prettig en betrouwbaar, denk ik, maar ze verkopen Seat. Het is Wills garage sinds jaar en dag. Zij heeft Seats. Niets ten kwade van de Seat, maar ik wil geen Seat.

Ik heb een paar blauwe Toyota Celica's gevonden, zeg ik. Met 150.000 km op de teller. Eentje van een garage te Oss. Is het misschien een idee dat u die voor mij koopt en controleert, dat ik die dan van u koop? Dat is geloof ik geen gebruikelijke transactie. Maar omdat ik blijf zitten, want zelf vind ik het wel een goed idee, en ik beloof dat ik mijn auto daarna bij hen in onderhoud houd, gaat hij toch bellen. 'Is het een beetje een lekker autootje?' vraagt hij aan Oss. 'Ze hebben daar een heel ander dialect dan wij hier', concludeert hij na afloop.

De transactie zoals ik me die droomde gaat natuurlijk niet door. Leuk geprobeerd, Lucie Theodora. Maar dit moet ik zelf doen. Hij vindt de Brabo's ondanks hun accent wel betrouwbaar klinken. En wat al helemaal vóór ze spreekt, zegt hij, ze hebben de auto al bekeken en apk-gekeurd. Er moet binnenkort nog iets met de remmen, hadden ze wel gezegd, al is hij nu wel door de keuring gekomen.

zondag 27 september 2015

Begrafenis

Bobby heeft op zijn werk steeds meer uitvaartdiensten, waar vaak honderden gasten bij aanwezig zijn. Vierhonderd is het maximum. Zaterdag had hij een begrafenis waar 'maar' 50 mensen waren. Een alleenstaande man. 

Zo'n verhaal roept ongemakkelijke gedachten en gevoelens op. Is een leven meer waard (geweest) als er heel veel mensen naar je begrafenis komen? Is je leven soort van mislukt als er 'maar' 50 mensen op je begrafenis komen? Hoeveel zouden er op de mijne? Niet zoveel denk ik. Mijn familie, vriendinnen, wat oude vrienden, collega's, een paar werkcontacten... Uiteindelijk leef ik toch tamelijk kleinschalig. Heb geen kinderen, laat staan kleinkinderen, geen bestuursfuncties, vrijwilligerswerk, verenigingsleven, kerk, etcetera. Dat soort verbanden tikken op uitvaartdiensten behoorlijk aan. 

Marg en ik spreken onze angsten tegen elkaar uit, wat een raar gesprek, maar blijkbaar is het een issue, dat er bij ons maar heel weinig mensen komen, en wat de mensen zullen speechen op onze begrafenis. Wie we per se niet willen dat er speecht. We vragen elkaar nog net niet: wil jij speechen open mijn begrafenis en mag ik zelf de speech schrijven?

Vroeger zeiden we al tegen elkaar: 'O als ik dood zal dood zal zijn, kom dan en fluister, fluister iets liefs...'

Naar de Lapjesmarkt

Op naar de Lapjesmarkt om me te oriënteren op potentiële gordijnen voor de kamer boven vóór. Ik herinner me de zoektocht naar gordijnen aan de Zeeburgerdijk. Torn slaagde ik uiteindelijk bij een kraam met Hindoestaanse glimstoffen. Donkerrode tafzijde met borduursels en spiegeltjes en kraaltje in de slaapkamer, en lichtgroene in de woonkamer. Die rode heb ik weggegeven, die groene hangen tijdelijk on de kamer voor. Maar ze staan niet bij de roestbruine vloerbedekking. 

Die Lapjesmarkt is een fantastisch fenomeen. Mensen van allerlei pluimage zoeken er een aankleding voor hun lijf of hun huis. Ze hebben daar allemaal heel particuliere beelden bij in hun hoofd. Wat de een prachtig vindt, vindt de ander afgríjselijk. 

Ik heb een paar weken geleden tegen Bobby gezegd dat ik bij nader inzien toch graag een eigen kamer wil, een waarbij ik niet hoef te overleggen over de kleuren en de indeling. Geen compromissen, maar mijn eigen smaak. 

Op een nacht van de week wist ik het: het moesten gordijnen worden met grafische motieven en de kleuren donkerblauw, roestbruin en wit. Dan komt er ook een plaid in die kleurstelling op het logeerbed. Daar kunnen mijn blauwe schilderijen ook daar en mijn blauwe meditatiekussen. Dan past wellicht ook Bobby's berken tafel daar, die ik nu veel te bleek vind.

Ik zie de gedroomde stof duidelijk voor mijn geestesoog, maar natuurlijk is die er niet. Wel stuit ik op andere stoffen, feller van kleur. Verrukt ben ik over een aqua petrol achtige stof met goud. Niet een print, maar geweven. Drie motieven zijn er. De drukke moet je niet voor het raam doen, zegt Marg die ik de foto's laat zien. Doe die dan op het bed. Maar de kleuren zijn  wel héél krachtig, terwijl het mijn 'stiltekamer' moet worden.

Ook prachtig maar helemaal erg sterk van kleur ik een stof van wollen draden en vilt. Hartman Stoffen. Geheel puzzled keer ik huiswaarts. Net als de vorige gordijnenkeus.

zaterdag 26 september 2015

Zodden

Zullen we naar de Westbroekse Zodden? Marg heeft geen idee wat dat zijns, maar gaat onmiddellijk akkoord. Ons laven is wat we hier doen, aan het licht en de lucht. Het is hier zo weids, zo heerlijk. Het is by far het mooiste wandelgebied bij Utrecht. Hier kan je waarlijk bijtanken en ademhalen. 

In de war

Ik kijk op NL ziet (de serie wordt op momenteel op de vrijdagavonden herhaald) naar tv-serie 'Volgens Robert' van scenarioschrijfster Maria Goos en acteur Peter Blok. De serie werd oorspronkelijk uitgezonden in 2013, toen waren zij nog een stel. Een tijdje terug schreef ik een blog over Maria Goos, naar aanleiding van een tv programma over haar sinds haar scheiding. 

Er schijnt in november een vervolg op deze serie te komen: 'Volgens Jacqueline'. Hoe zij geworden is wie zij geworden is in dat huwelijk. Een bazige vrouw.

Robert is een huisarts, een vijftiger, die een beetje 'in de war' is, last heeft van een burn-out en midlifecrisis. Hij woont met zijn vrouw Jacqueline in een villaatje. Zij is huisvrouw, moeder en zijn doktersassistente. Hij slaat haar in het gezicht, gaat even ergens anders wonen, gaat in therapie, en raakt verliefd op de jonge buurvrouw. Het is heel raak en gelaagd en schrijnend en geestig. Je sympathie ligt geheel bij Robert, wat hij ook doet. Hij is een beetje een ongeleid projectiel, himmelhoch jauchzemd en zum Tode betrübt.  

De serie gaat niet alleen over de privésituatie, maar ook over de huisartsenpraktijk.

Schrijnend is vooral Jacquelinte. Ze voelt zich ontzettend miskend. Ze doet heel zuur. Ik ben benieuwd wat Goos van Jacqueline maakt in die vervolgserie.