In het eerste verhaal strompelt een gewonde Duitse soldaat na de oorlog door een bos en denkt terug aan zijn tijd in het concentratiekamp. Terwijl zijn collega Viktor de gevangenen sadistisch behandelde, hield hij zelf administratieve lijsten bij voor transporten. Hij vraagt zich af of hij schuldig is door louter gehoorzaam te zijn geweest.
Het tweede verhaal gaat over de schilder Franz Marc, samen met Kandinsky oprichter van de expressionistische kunstbeweging Der Blaue Reiter. Hij stierf in 1916 in WO-I. Claudel herschrijft zijn levensverhaal en laat hem na 1916 doorleven in een psychiatrische inrichting. Hij wordt uiteindelijk vermoord binnen het nazi-programma voor de moord op mensen met een verstandelijke of geestelijke beperking.
En dan is er het verhaal van een jonge bejaardenverzorgster: een zeventienjarig meisje verzorgt zonder veel toewijding een hoogbejaarde man in een tehuis. Hoewel de man vredig lijkt, zingt hij nog steeds nazi-marsen, wat de spanning tussen het heden en een duister verleden benadrukt. Heel ongemakkelijk boek. Wel erg goed weer.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten