Op zondagmiddag gaan Bobby en ik vaak wandelen in een natuurgebiedje bij Utrecht. Doorgaans een heel fijne gewoonte. Bobby zoekt op de wandelkaart een nieuwe bewegwijzerde route en ik zoek er de digitale gegevens bij. Startpunt, digitale kaart, etcetera. Om narigheid zoals verdwalen te voorkomen. Ik check ook altijd even het weer.
Het zou einde middag gaan regenen, om een uur of vijf. Met die wekenlange droogte achter de rug snakken we naar regen, denken we. Als we om half drie in de auto stappen regent het al. We geloven zo in de weer-app dat we dat negeren. Maar het regent best pittig.
En er gaat meer mis. De route die Bobby heeft uitgezocht heb ik niet digitaal gevonden, en hij is de kaart vergeten. De rode wandeling die we willen doen loopt langs een camping bij Lage Vuursche. Die camping vinden we en daar parkeren we, maar de rode wandeling zelf kunnen we niet vinden. En het regent nog steeds. Misschien kunnen we beter naar huis gaan, zeggen we nog. Het is geen goeie dag.
Maar dan herinnert Bobby zich nog een witte wandeling, genaamd De Vijver. Dat startpunt vinden we wel. Maar we hebben geen kaart bij ons en er. ontbreekt onderweg af en toe wel eens een routepaaltje. En na een half uuro blijkt dat ik mijn telefoon kwijt ben. Daar heb ik een app op staan, waar alle bospaden op staan, zodat we in een vreemd bos altijd de weg terug kunnen vinden. Het regent nog steeds.
Het is echt een lange rampzalige wandeling, kronkelig, en we hebben er totaal geen richtingsgevoel. De vijvers staan droog. Nou ja, blubber. Met druipende jassen en druipende haren sjokken we voort. Verregend. Gedesoriënteerd. Getergd. Moe. Een middag om gauw te vergeten.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten