Posts tonen met het label auntie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label auntie. Alle posts tonen

zondag 21 januari 2024

Te Ommoord

We hebben een 'afscheidsavondje' bij Brasserie Lef in Ommoord met het mantelzorggroepje rond Bobby's oudtante, die afgelopen juni op 99-jarige leeftijd overleed. Hier heette ze Auntie. We hebben toch enige jaren haar zo om de week bezocht. Het valt allemaal na te zoeken op dit blog: de eerste keer was 21 mei 2020. Wij: dat zijn Aunties hartsvriendin Riet, neef Dré, nicht Jacqueline, wijkvrijwilliger Hugo, en Bobby & ik. Eerst zouden we naar een ander restaurant, maar die belden op we alleen een hoge tafel met barkrukken konden krijgen. Wij nog protesteren omdat sommigen van ons hoogbejaard zijn,  maar dat mocht niet baten. Nou, dan maar een ander restaurant. Lef.


Raar hoor, eerst een paar jaar steeds op bezoek naar haar flat in Schiebroek, toen het revalidatiecentrum in Vlaardingen, en toen het verpleegoord in Ommoord. En toen ineens was het over en uit. Het was een mooi trouw kluppie. Elke keer als iemand geweest was schreef die een verslagje van het bezoek, wat de onderlinge band enorm versterkte.

De vrijwilliger Hugo intrigeert. Een heel aardige man van een eind in de zeventig. Hij was al vóór ons Aumtie's steun en toeverlaat. Hij kwam bij haar schoonmaken en deed haar administratie. En toen wij op de proppen kwamen bleef ook hij zijn dienst draaien. Toen zij in het verpleeghuis woonde zei ze: 'Hugo, ik weet niet wie hij is maar hij is een hele goede vriend van me.' Nu heeft hij weer een nieuwe 'cliënt', vertelt hij, een man van ver in de negentig. Hij is ook leraar in Tibetaanse yoga. 

donderdag 22 juni 2023

Zonnebloem

Toch jammer dat ik geen zonnebloem had voor de rouwkaart van Auntie. Om deze dag te verwerken en haar alsnog te eren maak ik een zonnebloem die op de kaart had mogen staan. De roze rudbeckia die het geworden is is ook mooi, maar die is melancholieker. Deze zonnebloem heeft niets melancholieks. En zoals ik Auntie kende de laatste jaren was ze een wonderlijk soort levenslustig. Zo welluidend als ze zong als we haar in de rolstoel naar de recreatiezaal reden.

Op de achtergrond draai ik de Greatest Hits van Jim Reeves. Elke generatie haar eigen muziek.




Kamer leeg

Dus ik met Bobby’s Nicht naar het zorgcentrum waar we allemaal gedurende tweeënhalf jaar eens per twee weken op bezoek geweest zijn. Nog een keer kijken naar de dolende zielen. De toegewijde verzorgenden. De kamer moet leeg.

Nicht en ik dachten/hoopten dat het leegruimen van de kamer een karweitje van een half uur zou zijn, maar tot onze schrik zitten alle laadjes en kastjes propvol. Drie grote vuilniszakken vol kleren. Een leven lang in ansichtkaarten, foto’s, ordners met administratie, dozen met postzegels, toiletartikelen, fotolijsten, schilderijtjes. Het houdt niet op. Het is te erg. Nu is het alleen maar troep die we niet in ons huis willen. Mag-dit-weg? Van-mij-mag-alles-weg. Wat zou Bobby nog willen bekijken? Hij heeft bij het leeghalen van haar flat drie jaar geleden alles door zijn handen laten gaan. Wat heeft hem toen bewogen om ordners met oude administratie vanaf 2009 mee te verhuizen? Wat is dit erg. Als je als honderdjarige dood gaat wil niemand je spullen meer. Ook niet je foto's.

In de stapels en stapels kleren zitten naam-merkjes. Die krijg je er niet uit. Ik gooi ze gewoon in de Leger-des-Heils-container in Utrecht, zeg ik ferm. Dan zoeken ze het daar maar uit. Ik heb geen puf voor dilemma’s. Zoals die oude administratie, die gaat gewoon in de oud-papier-container. Geen shredder. Bankafschriften uit 2013 van mensen die dood zijn: who cares? Ik wil ook niet haar oude toiletartikelen.

Ondertussen is het broeierig heet, doet de lift het niet en zeulen we al die zakken zooi de trap af naar de auto’s die niet voor de voordeur geparkeerd kunnen worden. En telkens toegangscodes, want de andere bewoners mogen niet in het trappenhuis of naar buiten. Mijn auto is het grootst, dus ik krijg de meeste zakken. 

Als het klaar is bedanken we de verzorging en gaan we nog even langs bij Aunties Best Female Friend BFF. Appelsap en herinneringen. Morgen zijn we deze dag vergeten, zeggen we uit ervaring, voordat we recht de avondspits in rijden.

Dinsdag zal de uitvaart zijn. ‘Wil jij je tekening van Auntie laten inlijsten, voor op de kist?’ vraagt de Nicht. ‘Bobby zei dat je dat goed kan.’ ‘En willen jullie dinsdag wel op tijd komen? Zodat het portret op de kist staat als de mensen komen?’

Het zal veel zijn als er tien mensen komen. Eerder zes. Er is geen voorganger ofzo. Bobby zal wel Aunties levensverhaal schetsen. Aunties Best Friend heeft vandaag haar herinneringen opgeschreven. Met de hand geschreven op twee velletjes A5. ‘Is dat niet te veel?’  ‘Ik ga dat niet voorlezen hoor’, zegt ze. ‘Dat kan ik niet.’ ‘Misschien is er iemand die het wil voorlezen’, zegt de Nicht. ‘Jij misschien?’ vraag ik. ‘O nee!’ rilt de Nicht. ‘Zal ik het dan maar voorlezen?’ zeg ik.

‘Ze gaan muziek van Jim Reeves draaien,’ vertelt de Nicht, want daar hield Auntie zo van. Kortom: het zal een heel bescheiden uitvaart worden.


Het leegruimen van haar flat in februari 2021:

dinsdag 20 juni 2023

Auntie

Bobby is vanochtend vertrokken naar Zweden. Samen met zijn goede vriend Hans gaan ze Hans’ dochter en haar vriend weer terug naar Nederland verhuizen. Die hebben daar een jaar gewoond. Daags ervoor waren er alarmerende berichten over Auntie. Auntie zou over een paar weken 100 worden. Maar ze leek het te begeven. Met een bezwaard hart heeft hij de verantwoordelijkheid voor Auntie aan zijn Nicht overgedragen, die er niet om zat te springen omdat haar moeder net begraven is. En alsof de duvel ermee speelt: begin van de middag - Bobby is bij Hamburg - is Auntie overleden.

De Nicht kiest - samen met Aunties beste vriendin - deze rudbeckia’s voor de rouwkaart. Nog liever hadden ze een zonnebloem gewild, maar ik heb geen zonnebloem.




donderdag 6 april 2023

Naar de disco

Ik heb er al eerder over geschreven, maar vanmiddag was er weer disco bij Auntie in het huis. We kunnen niet meer goed meer met Auntie converseren, en alle aandacht gaat naar de dansvloer waar verzorgenden en vrijwilligers dansen met de bewoners. Het is zo ontroerend. Een paar oude heren kunnen nog goed stijldansen en die zijn natuurlijk favoriet. Een broodmagere kromme meneer swingt aldoor in zijn eentje en Auntie vindt dat ik met hem moet gaan dansen.

zondag 16 oktober 2022

Auntie

We gaan naar Auntie in Ommoord, die we vanwege onze corona al drie weken niet hebben bezocht. In de nieuwe auto. Knopjes uitproberen.

Eerst weet Auntie niet wie we zijn (‘Het zijn kennissen van me’, zegt ze tegen een verzorgster), maar eenmaal beneden begint er toch iets te dagen. Familie. Nieuw is dat ze luidkeels zingt als we haar door de gangen rijden. Improvisatie. 

'Hoe is het met u', vraagt Bobby. ‘Dat weet ik niet’, antwoordt ze, ‘maar nu jullie er zijn gaat het heel goed.’ 

zaterdag 2 juli 2022

De andere koon

Op naar naar Auntie, want daar zijn we al weken niet geweest. Even op de routeplanners kijken of er onderweg niet een boerenprotest in de weg staat, maar ik geloof dat de boeren het dit weekend even rustig houden. Maandag gaan ze weer op volle kracht vooruit. Je durft de weg niet meer op. Je kijkt toch met verbijstering naar dat die boeren met hun trekkers het land zo kunnen ontwrichten. Als er een vreedzame actie is van klimaatactivisten worden die onmiddellijk door de ME ontzet. Maar ja, de politie kan niet op tegen tractoren.

Geen files deze zaterdag. Het gaat een stuk beter met Auntie, er is weer een soort van gesprek met haar te voeren. We gaan weer in de tuin zitten waar een muziekprogramma speelt: een muziekduo zingt oude liedjes. Auntie is bijna jarig. 98 wordt ze. Daar wil ze niets van weten.

Er zit ook een lange jongensachtige man van rond de zestig met zijn moedertje. In poloshirtje en korte broek. Hij straalt naar haar. Hij houdt van zijn moedertje. Haalt een kopje thee. Probeert een gesprekje. Maar dat lukt helemaal niet. Moeder zit in zichzelf gekeerd ineengedoken in de rolstoel. Dan gaat hij maar op zijn telefoon. Hij probeert het nog een keer maar het lukt niet. Dan brengt hij haar maar naar haar kamer en vertrekt. Tien minuten. 

Dan hebben wij geluk met Auntie. Ik knuffel haar bij vertrek. Dat hadden Bobby en ik de vorige keer afgesproken. Meer aanraken. Ze krijgt een kus op haar wang. ‘Ook de andere koon!’ zegt ze dwingend en als ze nog een kus krijgt giechelt ze: het lukt bijna altijd. 

donderdag 26 mei 2022

Auntie

Naar Rotterdam naar Auntie. Ze wordt steeds stiller. Ze ligt altijd in bed als we komen, maar ze wil altijd graag eruit en naar beneden. Ze weet steeds minder, eigenlijk is een gesprek nauwelijks meer mogelijk. Maar ze vindt het fijn dat we er zijn, en de kopjes koffie zijn lekker. Er wordt veel gezwegen. Ik moet denken aan een gedicht van Judith Herzberg hoe ze zwijgend aan het ziekbed van haar vader zat.

In de grote zaal zitten veel bewoners met hun famie. Je  ziet de verdwaalde geesten. De mensen zonder bezoek die rondjes lopen in de zaal, over de gangen en in de tuin. En de mensen met bezoek. Vooral als mensen hun partner op bezoek hebben is het extra pijnlijk. Je ziet dat er geen gesprek meer mogelijk is. Soms doen ze knuffelen en neusje wrijven. Een dochter is aan het knutselen met haar vader. Ze heeft een wagentje vol schilderspullen. Zó lief. 

Auntie is een beetje sneu. Ze zegt dat ze niet meer weet waarom ze daar is. Omdat er daar voor haar gezorgd wordt. Maar ook al is het een stil bezoek, als we zeggen dat we weer gaan protesteert ze. Want wij zijn bekend, ook al weet ze niet meer precies wie we zijn. ‘We komen graag en we komen gauw weer,’ proberen we haar gerust te stellen. In de auto zeggen we tegen elkaar dat we haar meer moeten vasthouden en knuffelen.

O, het gedicht 'Ziekenbezoek' is anders dan ik mij herinnerde. Zij was niet op bezoek bij haar vader, haar vader was bij haar op bezoek.

Ziekenbezoek

Mijn vader had een lang uur zitten zwijgen bij mijn bed.
Toen hij zijn hoed had opgezet
zei ik, nou, dit gesprek
is makkelijk te resumeren.
Nee, zei hij, nee toch niet,
je moet het maar eens proberen.

Judith Herzberg, uit: Beemdgras (1968)

donderdag 14 april 2022

Naar Auntie

Weer eens mee naar Auntie in Rotterdam. Daar ben ik al een tijd niet geweest. Meestal gaat Bobby eens in de 14v dagen op donderdagen rond drie uur half vier, en dan is altijd net het dansen voorbij. Nu gaan we een uur eerder, ook om het dansen mee te maken. Auntie kent me niet meer. Ze zegt 'U' tegen me en vraagt: 'Wie bent u? Bent u een bekende van Bobby?'

Het dansen is in het Grand Café. Er is een dansvloer vrij gemaakt en daar zitten de danslustige bewoners in een grote kring omheen. En dááromheen zitten de bewoners en hun familieleden die dat dansen en de sixties-muziek wel onderhoudend vinden, maar die niet van zins zijn mee te doen. In die buitenring zitten ook wij met Auntie. 

Het is allemaal even hartverwarmend en hartverscheurend. Er is een activiteitenbegeleidster of drie, en wat vrijwilligsters, schat ik in, die met allemaal gaan dansen. Heel toegewijd. Allemaal wachten ze geduldig tot ze gevraagd worden, niemand gaat uit zichzelf dansen. En zo blij. Enerzijds die verweesde Alzheimer-uitdrukking, anderzijds het plezier van de muziek. Je ziet dat de bewoners heel veel aan dat dansen en de muziek beleven. Auntie ook, ze zingt gezellig mee. ‘Meisjes met rode haren’ van Arne Jansen, om er maar een te noemen. 

Er zijn ook echtparen waarvan de ene partner nog helder van geest is en de andere helemaal van het padje. De gezonde zingt de liefdesliedjes mee en de Alzheimer patiënt kijkt niet op of om. Ach. Dat is het hartverscheurende gedeelte.

Auntie is niet zo lekker en wil weer naar bed. Ze vindt het de hele middag erg dat ze me vergeten was en blijft herhalen hoe lief ze me vindt en hoe veel ze van me houdt.

donderdag 4 november 2021

Oude liefde

Aunties beste/oudste vriendin Rie is tien jaar jonger dan Auntie: nog maar 88. Ze kennen elkaar sinds de jaren vijftig. Auntie was gescheiden geraakt en ging bij haar oudste zus in huis wonen. Die oudste zus had een zoon. En Auntie had dus een vriendin Rie, die tien jaar jonger was dan zij maar tien jaar ouder dan de zoon. Toen de zoon 18 was en Rie 28 kregen die twee vlammende verkering. Zijn moeder was echter fel gekant tegen deze verkering, vanwege dat leeftijdsverschil. En zo scheidden hun wegen. 

Ze kregen allebei een nieuwe liefde, een huwelijk, kinderen. Maar een paar jaar geleden zocht hij haar weer op. Hij was inmiddels ver in de zeventig, en zij alweer ver in de tachtig en al lang  weduwe. De liefde vlamde weer op maar hij was getrouwd. De affaire werd een drama in de familie.

Toen wij Auntie ontmoetten - nu ruim anderhalf jaar geleden - in het bijzijn van Rie kwam deze oude liefde van haar ter sprake, want Aunties neef (tantezegger) is ook de oudste neef van Bobby. ‘Ik zal altijd van hem houden’, zei Rie.

Begin dit jaar overleed de vrouw van de neef. Kanker. Voor Rie waarschijnlijk een moment van hoop. Maar ja, wat is gepast?

Vandaag ga ik bij Rie op bezoek. Zomaar. Omdat ik haar aardig vind en ik er zin in heb. En wie zit daar in de kamer op de bank? Dat had ze niet verteld. De Neef. Welbespraakt. Rie stralend! Ik denk: waarom heeft ze het niet gezegd? En dan denk ik: omdat ik het zie, erbij ben, en het daarmee out in the open is. 

donderdag 21 oktober 2021

Tantetje

Bobby heeft een mooi stukje geschreven over Auntie en Hugo. Hugo is een ‘Doordewijker’ die Auntie al een paar jaar bijstaat. Dat Doordewijk is een hele mooie Rotterdamse organisatie die het mogelijk maakt dat mensen voor een schappelijk bedrag klussen doen voor de medemens in de wijk. Dat is toch anders dan vrijwilligerswerk. Deze Hugo is ook redacteur van hun krantje. Hij had gedacht om Auntie en Bobby samen op de foto te zetten, maar ons leek het leuker om Auntie samen met hém op de foto te zetten.

zondag 11 juli 2021

Terug naar Schiebroek

We gaan Echt Italiaans eten in de Rotterdamse wijk Schiebroek, bij de Italiaan op het pleintje waar Auntie woonde voor ze naar het verzorgingshuis in Ommoord verhuisde. Auntie is deze week 98 geworden. Ze heeft haar hele leven geen verjaardag gevierd, dus ook dit jaar niet, maar wij als mantelzorgers gaan toch samen uit eten. Het ‘team’ dat háár als ruim een jaar verzorgt en nu bezoekt bestaat uit vijf mensen. Aunties beste vriendin sinds zestig jaar (83), haar nicht uit Voorburg (64), haar neef uit Utrecht (62), zijn vrouw (64), en een buurtbewoner die al jaren klusjes voor haar doet (67). 

Wat een leuke avond. Wij kennen elkaar niet eens allemaal, maar we delen de verhalen over en de ervaringen met Auntie, die toch wel een portret is. Soms charming en soms ook helemaal niet. Soms zelfs regelrecht onaangenaam. Iedereen schrijft elke keer na afloop van zijn/haar bezoek een mailtje hoe het was. Het schept echt een band, de zorg voor zo’n tante.

Auntie is van 1923, geboren in Werkendam, opgegroeid in Maassluis, in een groot gezin, 1945 met een Duitse soldaat getrouwd en  met hem naar Duitsland verhuisd. In 1952 gescheiden en teruggekomen, bij haar oudste zus in Rotterdam gaan wonen, in een kapsalon gaan werken. In 1965 getrouwd met Wiebe, politieman met een gezin. Wiebe overleed ongeveer vijftien jaar geleden. Zijn kinderen ziet ze niet. Dus het gaat de hele avond over alle kleurrijke ooms en tantes en neven en nichten. Het is ontzettend leuk.

Vooraf aan het etentje gaan we bij haar op bezoek. Het is half vijf, ze zit in haar pyjama in de huiskamer. Het liefst ligt ze in bed. De zuster kleedt haar aan en we gaan in het café beneden zitten kopjes koffie drinken. Er is een ‘zomerfestival’, met veel activiteiten voor de bewoners. Soms muziek, soms lekker eten, soms met dieren. Het is echt een mooi fijn huis. 

Een jaar geleden toen Bobby het telefoontje kreeg dat zijn tante er heel slecht aan toe was en of hij naar haar om wilde kijken was Auntie er zo slecht aan toe dat we dachten dat ze binnen een paar weken dood zou zijn. Nu ziet ze er uit alsof ze wel 100 kan worden. De beste vriendin vertelt dat Auntie de laatste jaren haar flat veel te groot vond en dat ze snakte naar een leefomgeving van slechts één kamer. Die heeft ze nu dus. Ze is heel dankbaar voor het kamertje en de zorg die ze krijgt. 

donderdag 3 juni 2021

Naar Auntie

Ik wil op bezoek bij Auntie en bedenk dat ik vooraf wel een wandeling kan maken daar ergens boven Ommoord. Ik ken de omgeving van Rotterdam nauwelijks en kom terecht in het Hoge Bergse Bos langs de rivier de Rotte. Er is ook een Lage Bergse Bos, dat ligt meer tegen Hilligersberg aan. Hier zou een kunstwandeling zijn van 5,5km, te beginnen bij het Outdoor Centre. 

Het is mooi daar! En groot! Maar ik verdwaal als een gek. Hoe moeilijk kan kaarten maken en routes beschrijven zijn? Ik kan goed kaartlezen, vind ik zelf, maar hier kan ik nergens vinden waar ik ben en waar de routes lopen. Er zijn oneindig veel paden (fietspaden, mountainbike-paden, wandelpaden, stiltepaden en paradepaden, te veel om op een kaart te zetten dus dan laat je ze maar weg.

Ik blijk er eerder geweest te zijn, met een managementcursus in datzelfde Outdoor center. Ik herken de Tipitenten. We moesten met alle leidinggevenden oefeningen doen in inzicht en vertrouwen en overwicht en wat al niet. In de blubber op enge situaties. Leuk uitdagend voor die kantoortypes. Ik was nogal gestrest omdat ik veel te laat was aangekomen wegens files in het hele westen des lands, het was stikmistig en waar die Tomtom mij langs en naar toe voerde: ik had geen idee. Die ervaring zit nog ergens in mijn lijf. Ik heb er vast over geblogd toen. 

Ik arriveer nogal laat bij Auntie. Ze gaan daar om vijf uur aan tafel. Ze zou naar de kapper geweest zijn (de andere mantelzorgers hebben er nogal op aangedrongen, maar ze wil niet). Gisteren zou het dan echt gebeurd zijn, maar ik zie er niets van. Bent u nu naar de kapper geweest, vraag ik, of niet? En ze wordt me toch een partij nijdig. Waar iedereen zich mee bemoeit. Ze gaat in de huiskamer zitten. Bij haar vriendin. ‘Kom de volgende keer maar met Bobby’, zegt ze, ‘dat vind ik leuker.’ 

Au.

donderdag 20 mei 2021

Dat werken in hoge gebouwen

Onderweg naar Auntie in  Rotterdam zet ik een oude cd op van  de Nederlandse blue grass-groep Vals Plat. Ik vond ze indertijd erg aanstekelijk. Ze bestaan al lang niet meer. Het liedje dat me nu raakt heet 'Hoge gebouwen'. ‘Wat is dat toch geweest, dat werken in hoge gebouwen....’

Het roept herinneringen op aan de werkende jaren. Veel daarvan heb ik ook in hoge gebouwen doorgebracht. Een aantal ervan passeer ik regelmatig  aan de snelweg. In Rijnsweerd, aan de A28 richting Amersfoort. In Maarssenbroek aan de Zuilense Ring. In Capelle aan den IJssel aan de A20. In Amstel Businesspark aan de A2. In Bunnik aan de A12. Daar reed je dan dagelijks in de file in je bolide naar toe. Dat deed je vroeg, om de ergste file voor te zijn.  In de gebouwen moest je vaak langs een portier of een receptionist(e) en/of met een pasje door een poortje. En dan met de lift. Daar boven had je dan je kamer met je bureau met je parafernalia, later trouwens geen eigen kamer meer maar de kantoortuin, en probeerde je je hele dag je ding te doen. En 's avonds reed je dan in de file weer naar huis. Die file, daar werd je gek van.

Ik deed mijn werk graag, maar op de vraag wist ik nooit zoveel te vertellen : ‘Hoe is het bij jou op het werk?’ Er was altijd te vertellen over files, bezuinigingen, minder mensen, overnames, nieuwe bazen, nieuwe bezuinigingen, nog minder mensen, weer een overname, weer nieuwe bazen, weer bezuinigingen, weer minder mensen. Bobby zei altijd: ‘Waarom schrijf je er niet over wat je daar allemaal meemaakt?’ Maar je moest toch loyaal zijn aan steeds weer die nieuwe bazen. Die jou je salaris betaalden.

Die hoge gebouwen: daar deed je mee aan de maatschappij. Daar verdiende je je centjes. Een rare onwerkelijke parallelle wereld. Net als voorheen de fabrieken en de mijnen. Toch voelde je je daar een meedraaien in de maatschappij. Leuk, zo’n liedje.


Straks, als ik groot ben, dan word ik een man
Met m'n kop vol met kennis van, God weet, waarvan
Met een tas vol papier en een strop om m'n nek
Ga ik werken in hoge gebouwen

refr.:Weg van de wolken, weg van de dauw
Weg van de bloemen, en zo ver van jou
Ik vlieg naar de auto, ik ben al wat laat
Ik ga werken in hoge gebouwen

En straks, op een dag, als m'n werk is gedaan
Als ik alles betaald heb en naar huis toe kan gaan
Dan denk ik verbaasd: Wat is dat toch geweest
Dat werken in hoge gebouwen

donderdag 1 april 2021

Groeten

Ik heb een kaartje nodig voor Auntie en ga even De Koog in om te zien of er wat te shoppen valt in deze Corona-tijd. Toeristenwinkeltjes bezoeken vind ik in vakanties een enorm leuk tijdverdrijf. Niet dat ik veel koop, maar soms ineens toch wel. Er zijn hier allerliefste pluchen lammetjes en zeehondjes te koop, maar ik ga me beheersen. 

Er zijn nog bijna geen toeristen dus alle winkeliers willen je wel naar binnen sleuren. Kom! Kom! Bij de ingang hebben een ‘afsprakenlijst’ liggen waar ze je naam en telefoonnummer op noteren. Ik vind het best. Omdat ineens de zon zo schetterend schijnt heb ik wel degelijk behoefte aan een geheel nieuwe zomergarderobe, maar het besef dat dit stralende weer hier te Texel slechts één dag zal duren houdt me in bedwang.

Bij de Primera staan een paar aardige kaartenmolens met lammetjes, zeehondjes en humor-kaarten, dus daar ga ik overstag.. 

Nu niet vergeten ze op de bus te doen. Later op de dag op de fiets in Den Hoorn staat bij de Spar een brievenbus, waar ik de kaarten gauw in gooi. Weg is weg. Dan pas lees ik de tekst: ‘Deze brievenbus wordt iedere woensdag na 16u geleegd’. Slechts één keer per week! En het is woensdag 16.30u.

vrijdag 12 maart 2021

Auntie (13)

Het is niet alles koek en ei bij Auntie. Een week geleden heeft van haar medebewoners haar een flinke zet gegeven toen zij hem ergens over terechtwees, en toen is ze naar gevallen. Ze waren bang dan ze haar heup had gebroken, maar dat lijkt niet zo. Wel heeft ze pijn aan haar lies. Ze loopt niet meer. Ze ligt op bed en heeft haar kamer nu dicht. Dan kan die onverlaat niet meer binnen komen. 

In haar kamer staan twee rolstoelen en een postoel, dus het is er aardig vol. De verpleging is een beetje afwezig wegen een afscheidsfeestje van een collega die met pensioen gaat. 

Vandaag kijkt Auntie naar Ma Flodder. RTL 7. Ze geniet er erg van. Dat is leuk om te zien. Er komen allemaal politieagenten bij de Flodders langs, en dan glundert ze helemaal. Haar Wiebe was ook politie-agent. ‘Ik vind dat zó mooi, politie-agenten! Ik weet ook niet waarom’. 

Ik op mijn beurt vind bezoek met de tv aan niet makkelijk. Moet ik dan ook gaan kijken? Na Ma Flodder komt er een Amerikaanse serie. RTL7.

Af en toe praat ze nog wel. Ze vind het leven niet zo leuk meer. De dagen duren zo lang. ‘Wie heeft eigenlijk besloten dat ik hier moet wonen? Van hogerhand?’ De dokter, zeg ik. U kon niet meer alleen wonen. Ze knikt. Dat klopt. Ze kan niet meer alleen wonen. 

donderdag 25 februari 2021

Auntie (12)

In het huis waar Auntie nu woont hebben ze ook een digitale omgeving waar de familie mee kan genieten. Ach! Gisteren hadden de een 'optreden' van de 'country girls'. De activiteitenbegeleiders hadden wat line-dansjes verzonnen op muziek van John Denver. Dolly Parton en The Hermes House Band. Het is maar een héél kort filmpje hoor. 'Wat hebben zij genoten, menige bewoner kon niet op zijn stoel blijven zitten en danste met ons mee..'



dinsdag 23 februari 2021

Auntie (11)

Nog één keer gaan Bobby en ik naar Auntie's flat voordat de huizenruimer komt en alles leeghaalt. Natuurlijk zal hij kijken of hij nog ergens wat kwijt kan, maar als hij eerlijk is verwacht hij niet dat de kringloopwinkels veel interesse zullen hebben. Er zou nog papiergeld in boeken kunnen zitten en we moeten ook alle laatjes nog eens na voor eventuele sieraden. We gaan schatgraven, lachen we vooraf.

Maar het is echt niet leuk. Wat een nare bezigheid. Je loopt door haar huis en beseft van minuut tot minuut dat binnenkort haar hele leven zo bij het vuil gezet wordt. Al die lievelingsdingen. Gelukkig heeft zij er zelf geen weet meer van.

Er zijn ook nog schilderijen van oom Wiebe, wijlen de echtgenoot van Auntie. Hij was een grote stoere besnorde politieman, maar/en ook kunstzinnig. Het huis staat vol boeken van Anton Pieck (nee Lucie Theodora, niet meenemen!) en schilderijtjes. Eén schilderijtje (het ant in de berging) neem ik toch mee.

Er zijn zeven volle vuilniszakken met kleren. Aunties vriendin en nicht hebben de klerenkasten al uitgeruimd.  Zijden bloesjes. hoedjes, pyjama’s. IJdele dingen. Of ik die even in de Leger des Heils-container wil gooien. Maar alle containers in Schiebroek zitten propvol, via een oude website - die niet op een telefoon past - rijd ik van overvolle container naar overvolle container. Grr. Duurzaam gedrag vraagt wel veel van een mens.

En uiteindelijk toeren Bobby en ik langs de rivier de Rotte (wat lijkt die op de Amstel!) nog even bij Auntie langs, wat eigenlijk niet mag, want ze heeft vandaag al één persoon op bezoek gehad. Zij blij, wij blij. En de zakken met kleren gaan mee naar Utrecht, hier in de Leger des Heils-container.

vrijdag 12 februari 2021

Auntie (10)

Weer naar Auntie. Ze heeft enorm veel lippenstift op. 'Daar houd ik nogal van'. Verder is ze is niet zo fleurig als vorige week. Ze heeft nog steeds pijn aan haar schouder maar: ‘Als jij er bent is het zo weg’.

Ze doet verhalen over de medebewoners en de verzorging. Zo vertelt ze dat ze op een nacht naar de wc moest en toen had ronddwalende Ton haar kamerdeur dicht gedaan en kon ze haar kamer niet meer in. In de nacht in dat stille huis waar niemand was, buitengesloten uit je eigen kamer, dat vindt ze maar niets. Ze is van plan binnenkort een eigen sleutel te gaan vragen.

Ze vraagt nog naar het ziekenhuis en het revalidatiecentrum, want daar had iemand wat over gezegd en ze kan zich daar niets meer van herinneren, evenals haar eigen flat, dat zegt haar ook niets meer. 

Mag ik een foto van u maken, vraag ik. Eerst voelt ze er niet voor, maar dan doet ze haar charmerendste lach op. Ik laat 'm zien. Zelf vind ik het een prachtig portret. Maar zij zegt: Ik kan er niet aan wennen dat ik er zo uit zie. 

vrijdag 5 februari 2021

Auntie (9)

Een middagje bij Auntie. Ze blijft in bed liggen vanwege een zere schouder (een slijmbeursontsteking, zegt de zuster). Maar al gauw gaat ze rechtop op de rand van het bed zitten, want dat is gezelliger, ‘dan zitten we dichter bij elkaar.’

We eten appelgebak, en ze voelt al gauw de schouderpijn niet meer. Afleiding is goed, meldt ze. De schilderijtjes en foto’s uit haar flat moeten nog opgehangen worden, maar ze bieden al veel gespreksstof.

Ze vertelt over ‘de molen van Oom Thijs’ (achterop de foto staat dat die molen in Woudrichem stond en dat hij op 30 april 1945 zinloos vernield was), en over de foto van haar moeder, en over haar man snorremans Wiebe. 

En natuurlijk gaat het veel over haar medebewoners. Ton vindt ze mooi en slank, maar die loopt steeds rondjes, ‘hij is niet helemaal goed bij zijn hoofd’. Laatst was ze in de huiskamer bij hem gaan staan, vertelt ze, maar toen zei hij dat zijn vrouw er was en dat zij daarom niet met hem mocht praten. Dus nu bedenkt ze dat we hem gaan roepen en dat ze dan zegt dat ik zijn vrouw ben. Ze vindt het een goeie grap en moet er zelf luid om lachen.

En ze vertelt dat een medebewoonster haar laatst toen zij in bed lag een koekje had gebracht: ‘zo lief!’ Ze is vol lof over iedereen, maar zegt ook dat ze het ook wel fijn zou vinden als ze binnenkort niet meer wakker zou worden.  

Als ik wegga stiefelt ze zelf met de rollator naar de woonkamer, waar ze hartelijk welkom wordt geheten door de rest. Ze voelt zich er zo te zien erg thuis. Het is heel bijzonder en mooi.