Posts tonen met het label alzheimer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label alzheimer. Alle posts tonen

vrijdag 6 januari 2012

Mutti's verjaardag

Vandaag is Mutti's geboortedag. We komen bij elkaar in Maarssen en eten erwtensoep en roggebrood met spek. Het is bijzonder gezellig. We vertellen over het uitruimen, de spullen, de foto's, de boeken, de gesprekken... Maar ook is het gewoon gezellig en vertellen we over het heden.

Morgen wordt Mutti's beste vriendin begraven. Ja, het leven is eindig. Welterusten allemaal! Wellicht zien we elkaar morgen weer op een van de kerkhoven van Emmen.

donderdag 29 december 2011

Memoriam

Zus3 en ik gaan naar Wilnis. Voor wie mij eerder niet volgde, daar is het hospitium waar Mutti haar laatste zes weken doorbracht. De maatschappelijk werkster heeft in haar takenpakket om desgewenst nazorg te verlenen aan de nabestaanden. Zus3 en ik weten eigenlijk niet goed wat we er zullen, maar we gaan toch. Het laatste moment van die zes intensieve weken Wilnis was dat de rouwauto wegreed naar Emmen en toen wij elk ons weegs naar elk ons eigen huis.

Het is goed om die plek nog een keer te zien en de kamer die wij omgetoverd hadden tot een replica van Mutti's woonkamer. Met de ets van de Westertoren, die nog steeds bij de lijstenmaker ligt, want de lijstenmaker heeft geloof ik Kerstvakantie. Ongevraagd! En zonder uitleg op zijn site en zijn deur. Maar dit terzijde.

We praten met de maatschappelijk werkster in het kapelletje van het hospitium over rouw en rouwverwerking en over hoe verschillend rouwprocessen zijn bij verschillende mensen. Over gesprekken en verschillen in gezinnen en families. Ik heb er inmiddels al behoorlijk wat over gelezen en gedacht en waargenomen, en het is heel fijn om er met een deskundige over te praten. Zij doet ook groepen rouwverwerking. Als ik mee wil doen? Ik weet het niet. Als daar nu mensen zitten die hun partner hebben verloren, zeg ik, of hun kind, wat doe ik daar dan? Ik ben alleen maar mijn 87-jarige moeder kwijt.

Ze raadt me aan de film 'Mam' van Adelheid Roosen te bekijken.

We praten wel twee uur. Daarvan praat ik wel anderhalf uur, mag ik geloof ik zeggen. Tot slot kijken we weer in de nu lege kamer. Net zo leeg als toen we hem gingen bekijken vóór we haar er naar toe verhuisden. We waren echt bijna alleen maar hee positief,  zeggen we. Alleen één zuster was niet zo aardig en ik vertel van de 'rotzuster' die op een avond - toen ik bij Mutti zat die al in coma was -  zei: 'U zit hier alleen maar voor uzelf'. Ze bedoelde het vast anders, zeg ik erbij, maar toch.

Mijn tekening van hun beeld in de tuin, die ook gebruikt is voor de Bedankkaart, vindt ze zegt ze mooier dan hun eigen foto van het beeld. Want zo mooi is dat beeld nu ook weer niet. Inderdaad. Misschien willen ze het wel gebruiken. Dat is goed, zeg ik, ik zou me vereerd voelen.

UItzending Gemist: Niemandsland en Mam

donderdag 29 september 2011

Condoleance

Bij Zus1 en haar kleindochter in de tuin lees ik de stapel condoleance-brieven van de afgelopen week. Woorden schieten tekort. Al die bejaarde bibberhandschriften. Mensen die niet konden komen. Hartverscheurend mooi. 

Zus 1 heeft ook nog een heel mooi heel lief filmpje op haar fotocamera van deze kleindochter (van 2 à 3), die met Omi een puzzel maakt. Het was een week voordat Mutti overleed. Het was onmiddellijk heel gezellig en vertrouwd tussen Mutti en haar achterkleindochter geweest. Ik zal eens vragen of ik het filmpje mag en mag plaatsen.

zaterdag 24 september 2011

Nieuwe ruimte


Op de foto: Oom Jeroen en zijn Nichtje in de collegebanken van de voormalige Acta. Het Nichtje mag Angry Birds spelen op zijn iPad. De iPhone en iPad zijn tegenwoordig dé manier om je neefjes en nichtjes voor je te winnen.

Als mensen de afgelopen dagen vragen: Hoe gaat het nu met je, dan heb ik eigenlijk geen tekst. Ik probeer de dagen door te komen. Ik mis Mutti, ik mis alle zorg en alle gedoe waardoor het je allemaal over de schoenen liep. Nu kun je haar nooit meer bellen, nooit meer een potje voor haar koken, nooit meer samen een ritje maken. Het is voorbij. Leegte nu. Kaalslag.

Maar langzaamaan komt er ook weer een beetje ruimte in het hoofd. En interesse in de buitenwereld. Op Facebook zie ik een melding van Sabien dat er Open Dag in StationWest, de nieuwe hotspot in Slotervaart, een zogenoemde broedplaats, in het oude Acta-gebouw. Er komen woningen, ateliers, en Jeroen en Sabien gaan er horeca doen, in de voormalige kantine van de Acta. Kom, zeg ik tegen Bobby, laten we gaan kijken!

Er zijn meer bekenden, zoals een broer van Sabien met zijn dochtertje. Terwijl Sabien in de voormalige Acta-collegezaal een lofzang afsteekt over Amsterdam Nieuw West (het is daar Heel Erg lelijk, laten we wel wezen), speelt oom Jeroen met zijn nichtje Angry Birds. Het is ook overal hetzelfde.

woensdag 14 september 2011

Als voer zij over stille waatren

De moeder en het water

Ik ging naar moeder om haar terug te zien.
Ik zag een vreemde vrouw. Haar blik was wijd en
leeg, als keek zij naar de verre overzijde
van een water, niet naar mij. Ik dacht: misschien

- toen ik daar stond op het gazon, pils gedronken
in de kantine van het verpleegtehuis, de tijd
ging langzaam in die godvergeten eenzaamheid -
misschien zou 't goed zijn als nu Psalmen klonken.

Het was mijn moeder, het lijfje dat daar roer-
loos stond in 't gras, alleen haar dunne haren
bewogen nog een beetje in de wind, als voer

zij over stille waatren naar een oneindig daar en
later, haar God. Er is geen God, maar ik bezwoer
Hem Zijn beloften na te komen, haar te bewaren.

Rutger Kopland
uit: Tot het ons loslaat

dinsdag 13 september 2011

'U zit hier alleen voor uzelf'

Buiten stormt het. De eerste echte herfststorm. Uit het Nieuws blijkt  later dat hij vooral in Amsterdam woedt. En woeden doet hij. De populieren in mijn straat verliezen heel wat takken, grote takken. Nichtje en ik kijken rond half zeven wat verschrikt naar buiten.

Ik sta om zeven uur op de rol om bij Mutti te zitten. Durf je wel te rijden? vraagt Nichtje. Tuurlijk, zeg ik. Beloofd is tenslotte beloofd. Maar op de Ring Oost, boven het IJ, daar schudt de bolide vervaarlijk. Handen aan het stuur!

Al dat Weer, ik maak het nu ineens ook mee in Gemeente De Ronde Venen. Zaterdag hadden we het geweldige onweer. Nu weer staan op de Vinkeveense Plassen, waar de route van Amsterdam naar Wilnis dwars doorheen leidt, vervaarlijke witte koppen.

Beloofd is beloofd. Maar Mutti ligt in bed. Ze slaapt. De hele dag al, zegt een van de vrijwilligsters. De Zuster van vandaag (een die ik nog niet ken) vertelt dat Mutti al de hele dag slaapt en soort van vredig wegzakt in haar slaap. Wat een ander beeld dan de foto die een der Geschwister gisteren mailde. Mutti met een soepje aan tafel.

Daar zit je dan. Met uitzicht op de storm buiten. Al na een kwartier zegt deze Zuster dat ik net zo goed weg kan gaan. Dat Mutti slaapt en er niets van merkt dat ik er ben. 'U zit hier alleen voor uzelf'. Ze zal het niet kwaad bedoelen, hoop je dan maar, maar het klinkt niet fijn. Na een uur herhaalt ze het nog een keer. 'U zit hier alleen voor uzelf'. Ik prent de naam op haar naambordje in mijn geheugen. Alle Zusters hier zijn engelen, werkelijk, maar deze is een beetje een rotzuster.

De vele bloemen, die eergisteren fier uit hun vazen staken, laten nu de kopjes hangen. 

zondag 11 september 2011

Gestameld liedboek

In nrc next van vrijag staat een bespreking van Arjen Fortuin over Erwin Mortiers nieuwe boek Gestameld liedboek. Moedergetijden. Het gaat over de zoon die de  aftakeling van zijn dementerende moeder beschrijft. Fortuin vindt dat Mortier zich teveel bezighoudt met zijn eigen verdriet, in plaats van een monument van zijn moeder te bouwen. Vrij samengevat. Zus2 heeft de recensie ook gelezen en neemt die kritiek serieus. Ik vind het een beetje rare kritiek. Van mij mag een schrijver zowel het één als het ander doen, maar die keuze voor het één of het ander lijkt mij geen reden om het boek af te kraken. Na lezing van de recensie heb ik eigenlijk geen idee wat voor boek het is, dus dat lijkt me weer geen pluim voor de recensent.

Trouwens, nu ik de recensie herlees is die minder kritisch dan ik me herinner. Dat Erwin Mortier de troosteloosheid van zijn eigen ervaring verkiest boven de mogelijkheid om de moeder in het zonnetje te zetten, geeft een ongemakkelijk gevoel. Je bent geneigd te denken dat hij zichzelf eigenlijk de minst belangrijke zou moeten maken. Aan de andere kant, maakt hij door zo dicht bij zichzelf te blijven, de woede en het verdriet om het verval alleen maar beter invoelbaar. En als het zo stormt in het hoofd van het kind, hoe moet het er bij de ouder dan wel niet aan toe gaan?

Na afloop van de H.Mis in de Nicolaaskerk even naar de Bijenkorf. Kan ik mooi nieuwe Nespresso-cupjes kopen, een verjaardagscadeau, en dit boek.

Ik ben nog maar een klein eindje, maar ik vind het heel mooi. Beeldend. Poëtisch. Raak. Dé manier om over zoiets te schrijven. (En ik kan het weten).

zaterdag 10 september 2011

'Ik moet niet alleen'


Overal in haar kamer staan bloemen: chrysanten, gerbera's, zonnebloemen, roosjes... En kaarten, lieve kaarten. Maar Mutti weet dat niet. Wel weet ze dat ik op de bank naast haar zit. Ze geeft almaar kusjes.
- We moeten kusjes, zegt ze. 
Dan kríjgt ze ook kusjes.

Het praten wordt minder, maar het is alsof ze steeds meer wil zeggen. Maar de zinnen komen er niet meer goed uit.

- Ik moet niet alleen, Luus. Ik moet zo alleen. We moeten niet alleen. Jij moet ook niet alleen.
- Maar ik zit nu toch bij u?
- Ja, nu wel. Ik ben zo alleen, Luus.
- Helpt het als ik bij u zit?
- Een beetje. Ik moet niet alleen.

Ne me quitte pas. Loat mie naait alloin.

- Kom maar, zegt ze.

maandag 5 september 2011

'Mij Zal Niets Ontbreken'

Vandaag, druk aan het werk, krijg ik een mailtje dat het minder gaat met Mutti. De zuster laat haar maar in bed. Eruit gaat niet meer. Ze gaat elk kwartier kijken. Met zo'n bericht in de mailbox gaat werken ineens niet goed meer. Het is allemaal zo relatief, vooral gedoe om niets.

Als ik in Wilnis aankom zit Zwager1 aan haar bed en leest een psalm voor. Ik neem zijn plaats in, pak haar hand en ze reciteert indringend: 'De Heer Is Mijn Herder, Mij Zal Niets Ontbreken...'

De dokter is er. Hij zegt: 'Het is zo mooi, zo hecht als jullie als familie om haar heen staan. En hier is de familie ook nog eens uitgebreid met 120 vrijwilligers. We hebben haar allemaal in ons hart gesloten. Zoals zij kan stralen, in die straling wil je zijn!'

Maar vanavond straalt Mutti niet. Ze slaapt en als ze haar ogen af en toe open doet zegt ze: Wat moet ik nu? Doe maar de ogen dicht, zeg ik, ga maar slapen. En daar zit ik dan. te kijken naar het prikbord boven haar bed. Foto van de prachtigste foto van Mutti ooit. Foto van haar zes kinderen. Liefdesverklaring van een achterkleindochter.

Af en toe geef ik een kusje op haar hand. Dan doet ze haar ogen open en straalt ze toch een glimpje.

zaterdag 3 september 2011

De juweel in de mens

Ik vraag de boeddhische buurvrouw of ze ook literatuur heeft over die liefdesenergie waar Mutti in gekomen zou zijn. Zij verwijst mij door naar de site van/over Sonia Bos, een inmiddels overleden zelfbenoemde mystica, die onder meer geschreven heeft over spirituele aspecten van dementie.

Ik citeer (maar heb ongevraagd van de hij-vorm een zij-vorm gemaakt): 'Spiritueel bezien is de mens opgebouwd uit persoonlijkheid, ziel en geest. Haar spiritueel wezen kent aparte bewustzijnslagen om de persoonlijkheid, de ziel en de geest vorm te geven en van levensenergie te voorzien. In de persoonlijkheid huist haar individualiteit. De ziel huisvest haar eeuwige kern, die de voortgang van de mens, haar spirituele groei, over de levens heen bewaakt. De geest zorgt voor de verbinding met haar goddelijke oorsprong.

Bij haar ontstaan was de mens eerst geest. Van daaruit ontstond de ziel en vervolgens de persoonlijkheid. Wanneer de mens sterft verloopt dit proces in omgekeerde volgorde: eerst zal zij de lagen van haar  persoonlijkheid loslaten, dan die van haar ziel en vervolgens die van haar geest. Dit is de omgekeerde volgorde van waarin zij is ontstaan. Wanneer de mens begint te dementeren, zien we dan ook dat zij eerst de persoonlijkheidsstructuur verliest, dan de ziele-herkenning en vervolgens de geest.

Wanneer de mens begint te dementeren en de eerste bewustzijnslaag waarin zij haar persoonlijkheid vormgeeft loslaat, krijgt zij al snel problemen met zijn korte termijn geheugen. Langzaam wordt zij ook wat verward en haar fijne motoriek lijkt minder te worden.

Met het voortschrijden van het proces, het loslaten van meer lagen van haar persoonlijkheidsbewustzijn, verliest de dementerende langzaam de greep op zichzelf en op het leven. Zij verliest haar persoonlijkheidsstructuur, de vaste grond onder zijn voeten. Ook het verlies aan decorum neemt toe. Het laagje vernis dat de mens in de loop van zijn leven over haar persoonlijkheid heeft gelegd, slijt langzaam af. De persoonlijkheid wordt ongeremder.

In dit stadium vecht de mens ogenschijnlijk om haar geestelijk vermogens vast te kunnen houden. Toch zal zij steeds meer haar dagelijkse bezigheden moeten loslaten. Het leven in haar trekt zich terug door de onderliggende (onbewuste) wens het leven los te mogen laten. Aan de oppervlakte vecht de mens om ‘aanwezig’ te blijven, onder de oppervlakte wil zij niet meer. Omdat de dementerende in dit stadium ook nog bewust is van het feit dat zij dementeert, is het spanningsveld in hem enorm groot. Er wordt een heroïsche strijd gestreden.

Als de persoonlijkheidsstructuur losgelaten is – en de persoonlijkheid dus niet meer aanspreekbaar is – kijk je in de goede momenten regelrecht in de ziel van de dementerende. De ziel, de eeuwige kern van de mens, die zoveel zachter en beminnelijker is dan de persoonlijkheid. In deze fase blijkt de demente vaak een veel blijer en liefdevoller mens dan je ooit voor mogelijk hebt kunnen houden. Haar betere kant komt naar buiten, de scherpe randjes zijn van haar af. Zij is weliswaar dement, maar is je erg dierbaar geworden. In deze fase kun je het juweel in de mens ontmoeten.

In deze fase kan de dementerende bijna niet meer praten, haar afasie is vrijwel compleet, maar haar liefdevolle, bijna kinderlijke (onschuldige) uitstraling vergoedt erg veel. En waar je niet meer van persoonlijkheid tot persoonlijkheid kunt communiceren, is een diep houden van: een communiceren van ziel tot ziel mogelijk geworden. De totaal afhankelijk geworden demente, die niet meer in staat is om nog maar iets te verhullen noch enige decorum op te houden, laat haar naakte, ware kern zien. Tenminste, aan hen die hem op een dieper niveau aanspreken, op een ander niveau met haar wil communiceren. Want in deze fase is de dementerende als een reflecterende spiegel geworden: zij zal reageren op de wijze, waarop zij wordt aangesproken. Tenminste, zolang de bewustzijnslagen van zijn ziel nog in hem aanwezig zijn.


Het loslaatproces schrijdt helaas nog verder! Er is nog maar een heel dun draadje dat de dementerende met het leven verbindt. Ook haar ziel heeft hij nu losgelaten, die is al vertrokken naar de sferen. Zij is alleen nog maar aanwezig in haar geest. Praten kan zij niet, onzindelijk is zij ook. Je mist haar persoonlijkheid en de warme gloed van haar ziel. Slechts de draadjes van haar geest houden haar nog aan het leven vast.

En dan breekt eindelijk het levenskoord. Het laatste beetje van haar geest gaat nu ook naar huis, wordt eindelijk teruggelegd in Gods Hand.'

De site over/van Sonia Bos roept met name door haar beeldtaal enig griezelen op, maar haar teksten raken wel iets van wat wij nu ervaren bij Mutti.

donderdag 1 september 2011

Nee-machine met liefdesenergie

Mutti ligt onder een oud wollen dekentje te slapen. Ze is heel rustig en stil. Ik denk dat niet lang meer duurt, zegt ze. Vóelt u dat, vraag ik. Nee, dat denk ik. Dan krijg ik weer kusjes.

Mijn buurvrouw die af en toe voor Vespa zorgt is boeddhiste. Zij vroeg van de week hoe het met Mutti was en zij begon over de spirituele dimensie van deze levensfase. Gesprek op straat. Of er al sprake was van loslaten. Dat weet ik niet, zei ik, ze houdt zoveel van ons. Ik weet niet of dat loslaten is. Maat dat is mooi, zei mijn buurvrouw, dan zit ze al helemaal in de liefdesenergie. Ik weet niet van liefdesenergie aan levenseinde, maar het klinkt mooi. Daar ga ik eens wat over opzoeken.

In het logboek lees ik dat Zwager1 in de bibliotheek van het hospitium een gedichtenbundeltje heeft gevonden, waar Mutti erg op reageert. Het is van ene Frits Deubel en heet 'God helpt dragen. Gedichten vol bemoediging'. Ik lees voor en luistert aandachtig en herhaalt zinnen. Bijgeplakt gedichtje komt helemaal binnen.

Als de zuster haar naar bed brengt is het (voor mij) even feest. Een aaneenschakeling van gebbetjes en geintjes. Mutti zegt bij alles wat de zuster voorstelt: 'Nee!'
Ik moet er om lachen, dat geNeeNeeNee.
'Waarom lach je', vraagt Mutti.
'Om dat geNee!', zeg ik
'Ik ben een Nee-machine', zegt Mutti.

Ze is nu een maand in Wilnis. 'Wij zijn allemaal heel gek met je moeder', zegt de zuster als we buiten staan. 'Ze is zo lief en heeft zo'n gevoel voor humor!'

Dun ijs

Er zijn zoveel boeken in die boekhandel in Schagen, ik ben ook best hebberig, dat het moeilijk kiezen is. Ik loop met een hele stapel boeken naar de kassa, maar als ik tijdig tegen mezelf zeg dat ik maar één boek mag kopen, dan wordt het Dun IJs van Elly Rijnsbeek.

Ik ben koud en rillerig, heb hoofdpijn en maagpijn, misselijk. Ik moet in bed. Daar lees ik dit verhaal over een familie met negen broers en zussen (nog weer drie meer dan wij) en de zorg voor hun dementerende ouders. Alle gedoe met de zorginstellingen en met elkaar. En met de mail. Heel heel heel herkenbaar.

‘We staan versteld van wat we aantreffen: onze moeder die met een rollator vol beha’s en steunkousen door de propvolle woonkamer sjokt. Afspraken die in de soep lopen, omdat ze allebei niet meer weten wat voor dag het is. En niet te vergeten: alles wat zoek raakt. Allemaal speuren we naar haar bril, haar gehoorapparaat, haar lens, het bankpasje, de portemonnee en de sleutelbos.’ De familieverhoudingen staan op scherp. Hoe verdeel je de taken met zijn negenen? Wie hakt de knopen door? Wat doe je met gevoelens van schuld, verdriet en onmacht?'

Ze schrijft er heel mooi en eerlijk over. Ik vréét het. Mooi en bijzonder ook dat haar zussen en broers dat goed vinden.

Ik bel Zus1. Zij heeft het ook gelezen, vertelt ze, en aan Zus4 cadeau gedaan. Ze tipt ook dat er aan Wilnis een  psychosociaal medewerkster verbonden is, met wie je op woensdagen en donderdagen kan praten.

zaterdag 27 augustus 2011

Verse champignonsoep

In het hospitium werken vele tientallen vrijwilligers. Elke dag is er een vrijwilliger kok, die tusssen de middag een feestmaal voor de bewoners en de verpleegster bereidt. Ze mogen zelf zeggen wat ze willen eten. Als je als familielid wilt mee-eten dan kan dat, dan moet je dat een dag vantevoren opgeven.

Mutti kan niet zo goed meer wensen aangeven dus de kok verrast haar. Vandaag kookt een meneer. Hij start met een verrukkelijke champignonsoep. Vérse champignonsoep, benadrukt hij. En al sik ernaar vraag dat vertelt hij dat het een oud Frans recept is, al uit de zeventiende eeuw. Men neme 40 gram boter en 40 gram bloem... O! Je zou zo wel vrijwilliger willen worden.

Dit is echt heel andere koek dan de kant-en-klare maaltijden in de koelkast te Emmen van een firma die halverwege het jaar Tafeltje Dekje verving en die beloofde dat die maaltijden (met vlees) drie weken goed bleven. Dan vraag je je ook af wat erin zit.

'Ik vind 't zo lekker Luus', zegt Mutti. De hele ochtend heeft ze niet veel meer dan 'Luus, wat is er toch met me?' gezegd. Ik ben blij dat ze een goede maaltijd waardeert.  Als hoofdgerecht krijgen we een andijviestamppotje met een heerlijk stukje kipfilet. Mooi geserveerd. Dan moet ik ineens al weg. De zuster eet bij Mutti de laatste happen op.  

Liedesbetuigingen

Omdat drie ker per dag minstens twee uur bezoek best veel is, wordt de hele familie ingeschakeld. Ook de kleinkinderen. Nichtje is naar oma geweest.  Heel bijzonder is het en mooi, vindt zij ook. Zoals je daar bij oma op de bank zit en haar handen vasthoudt en wonderlijke conversaties bezigt. 'Het ik-hou-zo-van-jou doet ze nu ook bij mij', vertelt Nichtje. 'Het is fijn om te horen, maar ook wel een beetje raar. Volgens mij weet ze niet eens meer wie ik ben!'

We hebben sinds Mutti in Wilnis is ook de zwagers ingeschakeld.  Zij gaan nu alleen. Het is even wennen voor ze, om niet alleen de eindeloze verhalen en dilemma's van de partner aan te horen, maar ook zelf met enige regelmaat bij haar aan het bed of op de bank te gaan zitten. Sinds kort gaat Bobby ook. Hij is nog niet zo lang in de familie, dus echt hebben Mutti en hij elkaar niet leren kennen. De eerste keer had Muttti gevraagd: 'Wie bent u?' en het bezoek beleefd afgesloten met 'Dank u wel voor uw bezoek!' Maar nu was het al een stuk inniger. Hij rapporteert: 'Ze zegt het nu ook tegen mij: Ik houd zo van je'.

Nichtje en ik bespreken dat omstandig. Wij vinden het echt mooi dat Bobby nu helemaal in de gratie is, aar ergens knagen gemengde gevoelens. Dat Mutti die liedesbetuigingen zo gaat uitbreiden, betekent dat een opwaardering of een degradatie van die betuigingen?

woensdag 24 augustus 2011

'Ik ben zo verdrietig, Luus'

Mutti ligt nu meer op bed dan dat ze op de bank zit. De conversatie is een voortdurende herhaling van zes zinnen:
- Ik ben zo verdrietig, Luus.
- Wat moet ik nou, Luus?
- Ik weet niets meer, Luus.
- Ik ben zo alleen, Luus.
- Ik hou zo van jou / jullie, Luus.
- Ik ben zo moe, Luus.

Niet antwoorden is niet goed, maar antwoord geven helpt ook niet.

Toen ik student was te Groningen werkte ik in de weekends en in vakanties in 't Blauwbörgje, een instelling voor demente bejaarden. Twee patiënten staan me nog altijd bij: een vrouw met een luide schelle stem die de hele dag riep: 'En krieg'n wie nog kovvie den?' Wat je ook antwoordde, het maakte niet uit. En een meneer wilde niet meer eten, maar het was mijn taak te zorgen dat hij at. Ik gunde hem zó dat hij kon gaan, maar ik kon hem toch niet laten verhongeren! Iets als versterven is een zaak voor het hoger echelon. Ik hen zo op hem ingepraat dat hij na drie dagen weer ging eten. Ik was enerzijds wel blij, maar vond het anderzijds ook bijna jammer voor hem.

Nu zit ik aan haar bed. Hand in hand. Haar handen zijn geel en koud. Ze kijkt me indringend aan.
- Wat moet ik nu Luus?
- Doe uw ogen maar dicht, zeg ik
- Waarom? vraagt ze.
- Dan rust u een beetje uit.
En dan zegt ze ineens gevat:
- Dan heb jij er zeker geen last meer van.

Na een poosje doet ze haar ogen weer open en kijkt me anders aan.
- Jij bent ook heel verdrietig hè?
De tranen die al de hele tijd staan te dringen schieten nu uit mijn ogen.
- Ja, zeg ik.
- Waarom? vraagt ze.
- Omdat u zo ziek bent, zeg ik.
- Jij kan niks voor met doen, zegt ze dan.

Daar zit je dan met met je goeie gedrag. Woensdag 24 augustus.

maandag 22 augustus 2011

Brinta

Op de bank te Wilnis kijk ik veel naar de kast in Mutti 's kamer. Met foto's van haar ouders, van onze vader, een cd-speler met oneindig veel psalmmuziek en Oudnederlandse volksliedjes, een laptop, twee bijbels met daar tussenin een pak Brinta.

Tien dagen heb ik haar niet gezien. Ze heeft niet zo'n goede dag, is erg moe en verdrietig. Ik lees in het familiedagboek van alle bezoeken van haar kinderen en kleinkinderen van de afgelopen week. Soms treurig, soms opgelucht.

Mutti is onrustig. Wil niet gaan slapen. Als je maar blijft. Ik houd toch zo van je, herhaalt ze maar steeds en klemt zich aan m'n beide handen vast. Als je je hand lostrekt, bijvoorbeeld om een kopje thee te halen, is ze van slag.

maandag 8 augustus 2011

't Is of een draad wordt doorgesneden

Zwager3 attendeert me op de huiskamer in het hospitium, waar in de boekenkast veel mooie boeken zouden staan. Over ziekzijn, lijden, loslaten, troosten, sterven, afscheid nemen, van die onderwerpen die zoal spelen in en rond een hospitium.

Om niet weer een Psalm te hoeven lezen ga ik er maar eens op inspectie uit. Ik kom terug met de bundel Licht onder de horizon van de dichteres Nel Benschop. Van haar heeft Mutti in Emmen ook nog wat in de kast staan, maar die hebben we niet meegenomen als eerste levensbehoefte.

Ze luistert aandachtig. Als het uit is zeg ik: 'Nog een keer?' Ja nog een keer. Ik lees en herlees het gedicht 'Afscheid'. Als je erop klikt is het volgens mij leesbaar.

In Mutti's nieuwe vensterbank staan al heel wat kaarten van vrienden, kennissen en familie. Al die mensen die van dichtbij of op een afstand hebben meegeleefd en meegeholpen. Afscheid. Ze heeft niet eens echt afscheid van ze genomen, omdat ze er nauwelijks weet van had. Voor hen moet het ook leeg zijn, die een half jaar zo met haar hebben meegeleefd en gezorgd. Ze bedanken op die kaarten Mutti voor haar vriendschap. Ze schrijven dat ze zondag in de kerk voor haar hebben gebeden. De een-na-laatste zondag in Emmen had Mutti de bloemen uit de kerk gekregen. Heel mooi boeket. Alles is even ontroerend.

Misschien stuur ik ze wel dit gedicht.

vrijdag 5 augustus 2011

Fridaynight Fever

De avond breng ik door bij Mutti op de bank. Ik ben al de derde die haar bezoekt vandaag, ze is tamelijk uitgeput. Vanmorgen een wandeling door de tuin, vanmiddag een ritje door het Groene Hart... Ik kan het beste maar een partijtje stilzitten.

Broerlief heeft nog een stukje vloerbedekking mee uit Emmen in de auto en dat leggen we voor de bank. Ik herinner me ineens een tekening van haar in haar kamer in Emmen. Ik spoor de tekening op internet op, en nu is-ie wallpaper op Mutti's laptop.

Ze bladert in haar bijbeltje. Achterin heeft iemand haar lievelingspsalmen genoteerd. Wat zullen we doen? Dan lees ik in godsnaam maar Psalm 121 voor, de eerste van de lievelingspsalmen..

Maar wat een tekst! 'De HERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren / van nu aan tot in eeuwigheid.' Ik moet er eerlijk gezegd een beetje van giechelen. Maar Mutti is na de lezing een poosje stil en herhaalt deze twee laatste zinnen een paar keer, peinzend. 'De HERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid.'

Even overweeg ik er een Gesprek over te beginnen, over wat dat voor haar betekent, die 'uitgang' en die 'ingang' die de HERE belooft te 'bewaren', wie weet wat ik ervan leer. Maar dan zegt ze: 'Ik moet naar de wc.'

Psalm 121 Een bedevaartslied.
1 Ik hef mijn ogen op naar de bergen: vanwaar zal mijn hulp komen?
Mijn hulp is van de HERE, die hemel en aarde gemaakt heeft.
Hij zal niet toelaten, dat uw voet wankelt, uw Bewaarder zal niet sluimeren.
Zie, de Bewaarder van Israël sluimert noch slaapt.
De HERE is uw Bewaarder, de HERE is uw schaduw aan uw rechterhand.
De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts.
De HERE zal u bewaren voor alle kwaad, Hij zal uw ziel bewaren.
De HERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid.

dinsdag 2 augustus 2011

Mutti op kamers

We richten in anderhalf uur tijd de kamer in met haar bank, een boekenkast, haar eigen kussens en dekens, het tafelkleed, een klok, en wat foto's en schilderijen. Zelf vinden we het best gezellig en haar sfeer geworden. Bij het opmaken van het bed en het inruimen van de kast ruik je de geuren uit haar huis. Raar besef: die geur zal langzaam verdwijnen.

Dan komen ze aanrijden: Zus&Zwager1 met Mutti. Natuurlijk is Mutti niet blij en dankbaar voor al onze inspanningen.
- Wat een kleine kamer, zegt ze. Wat moet ik hier?
Ze vindt het maar niets.
- Ik ken hier niemand. Wat doen al die mensen op de gang?

- Ik vind het heel moeilijk, zegt ze.
We proberen haar op te beuren.
- Ze zijn hier heel lief, zeggen wij. U zult hier wel snel wennen.
- Dat denk ik niet, zegt ze. Wat moet ik hier, met al die vreemde mensen?
- Lucie Theodora blijft bij u, zeggen de Geschwister. En morgen komen we weer.
- Ik vind het maar niets, zegt ze.

Na haar avondbrinta leg ik haar op de bank en houd ik haar hand vast tot ze in slaap valt. Dan ga ik op haar bed liggen en val zelf ook in slaap.

maandag 1 augustus 2011

'... als voer zij naar een oneindig daar en later'

Deze vrouw is Mutti en de baby ben ik. Mei 1957. Ik werd geboren in het toenmalige Diaconessenziekenhuis. De anderen zijn thuis geboren, onder de bezielende leiding van Tante Ans, onze vroedvrouw, maar ik kwam veel te vroeg. Ik was daar in het ziekenhuis het enige meisje op de zaal. Ik was zo gulzig met drinken dat ik niet in een couveuse hoefde en dat we al snel naar huis mochten. Ik weet niet wat ik zal schrijven. Een gedicht van Rutger Kopland dan maar.

De moeder het water

Ik ging naar moeder om haar terug te zien.

Ik zag een vreemde vrouw. Haar blik was wijd en
leeg, als keek zij naar de verre overzijde
van een water, niet naar mij. Ik dacht: misschien

- toen ik daar stond op het gazon, pils gedronken

in de kantine van het verpleegtehuis, de tijd
ging langzaam in die godvergeten eenzaamheid -
misschien zou 't goed zijn als nu Psalmen klonken.

Het was mijn moeder, het lijfje dat daar roer-

loos stond in 't gras, alleen haar dunne haren
bewogen nog een beetje in de wind, als voer

zij over stille waatren naar een oneindig daar en

later, haar God. Er is geen God, maar ik bezwoer
Hem Zijn beloften na te komen, haar te bewaren.

Rutger Kopland

uit: 'Tot het ons loslaat', 1997